Excellence ontstaat door de manier waarop we de dingen met elkaar organiseren. Zeker ook in de Euregio: een drietal, apart ‘verpakte’, reflecties

Inleiding: het jaar 2019 is zo goed als voorbij. Sinds mijn laatste column op deze site zijn we alweer een dikke 5 maanden verder. In de Euregio is niets interessants gebeurd zou je kunnen denken. Klopt niet, maar overal op reageren lukte ook niet. Vandaar onderstaande selectie. Een drietal schriftelijke reflecties m.b.t. aangelegenheden die de afgelopen tijd ‘langs kwamen’. Deels met de Stichting Geen Grens als medeafzender, deels als aanvoer voor een betoog waarvoor voormelde stichting de boodschapper werd en tenslotte als lonelyrider-verzender. Het thema de ‘manier waarop we de dingen met elkaar organiseren/regelen’ komt in elk dezer beschouwingen aan de orde, soms zijdelings en soms heel direct, zoals in het nummer 3-relaas.

Nummer 1: 22 juli 2019
De Euregio is al op de schop!
Het interview-artikel in De Limburger van 20 juli jl. ‘De Euregio moet op de schop‘ vraagt om een reactie. ‘Kroongetuige’ Alfred Evers heeft in dit artikel, uitgaande van de navolgende omschrijving van de situatie geen ongelijk: “Naar het 40 jaar lange verleden van de Euregio kijkend laat zich de vraag stellen op welk punt van de lijn we ons op dit moment met het resultaat van onze Euregionale inspanningen bevinden en of die lijn in al die jaren hard of slechts mondjesmaat omhoog is gegaan. De laatste duiding lijkt de meest realistische. Wanneer er niets verandert is de uitkomst voor de volgende 40 jaar voorspelbaar’.

Er moet dus inderdaad het een en ander veranderen. En dat doet het de laatste tijd gelukkig ook, maar daar wordt in het artikel nauwelijks aandacht aan besteed. Een aantal ‘spelopenbrekers’ speelden de laatste jaren een belangrijke rol bij het tot stand komen van een sterk verbeterd gevoel met betrekking tot nut en noodzaak van de doorontwikkeling van de Euregio. Waaronder een rapport van de Europese Unie (EU) van november 2017: Boosting Growth Groth in Border Regions met een tiental aanbevelingen voor het bereiken van dat doel. De EU telt ca. 150 grensregio’s waarin 150 miljoen EU-burgers wonen. 1/3 van het totale aantal bewoners van de EU! Spraakmakend zijn evenzeer de aanbevelingen van het bekende Atlas voor Gemeenten-instituut: maak de grenzen betekenisloos en Zuid-Limburg wordt als woon- en werklocatie bijna net zo aantrekkelijk als de regio Amsterdam.

Vooral de laatste jaren, en zeker dit jaar, heeft deze ’positieve stemmingmakerij’ tot belangrijke initiatieven geleid. In het kort: recent, 19 juni, sloten de burgemeesters van de steden Maastricht, Sittard-Geleen, Hasselt, Genk, Luik en Aken een pact af onder het logo “de Euregio 2019, samen op weg naar een duurzame, bereikbare, cultureel en economische sterke Euregio”. Prachtig zo’n pact, dat nu wel concreet verzilverd moet gaan worden. Op 8 mei jl. vond in Venlo de eerste grenslandconferentie plaats tussen Nederland en Nordrhein-Westfalen. Op basis van eind vorig jaar gevoerd regeringsoverleg tussen ‘Den Haag’ en Bundesland Rheinland-Westfalen. ‘Den Haag’ zet, sinds het nieuwe kabinet is aangetreden, overigens vol in op het belang van de grensregio’s. Citaat staatssecretaris Knops, april 2018: “Door een gemeenschappelijke inspanning langs de hiervoor geschetste lijnen kan een stevige impuls worden gegeven aan zowel de economische groei en het innovatievermogen als de sociale en fysieke leefbaarheid van onze grensregio’s”. De Universiteit Maastricht heeft zich inmiddels fors in de aanpak van de grensproblematiek gemeld met instituten als ITEM (Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility) en Studio Europa/Maastricht working on Europe. Het al meer dan 40 jaar actieve Euregio Maas-Rijn-instituut (EMR) in Eupen is sinds april van dit jaar omgebouwd van een stichting in een bestuursorgaan met veel meer bestuurlijke bevoegdheden: EGTS (Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking). Tenslotte is er sprake van nogal veel importante ‘sfeerbepalers’ in het belang van meer zeggingskracht van de Euregio voor de bredere omgeving: zoals de recentelijk zeker gestelde financiering van de al reeds bestaande Grensinformatiepunten en het groeiende aantal Euregioscholen, scholen waar buurtalenkennis in het lespakket zit, enz. Naast de vele, door burgers en organisaties genomen initiatieven en activiteiten op sociaal-, cultureel en maatschappelijk terrein valt nu dus ook een toenemende aandacht en actie voor de Euregio vanuit politiek en bestuur te constateren.

Kort en goed: is er ruimte voor meer optimisme over de toekomst van de Euregio? Antwoord: zeker wel, omdat het erop lijkt dat er sprake is van meer zelfvertrouwen omtrent de (groei-)mogelijkheden van de Euregio. Zulks op basis van wat er op dit moment aan positieve bestuurlijke en politieke initiatieven op tafel ligt en vanwege de omstandigheid dat er blijkbaar meer ‘gekwalificeerde actoren’ aan het werk zijn. Redenen genoeg derhalve voor een positieve instelling m.b.t. de toekomst van de Euregio. Die ‘instelling’ is trouwens een van de belangrijkste redenen voor het bestaan van onze Stichting Geen Grens. (Zo organiseert onze Stichting op 21 september a.s. een symposium in Rolduc-Kerkrade, gewijd aan de cultuur, de identiteit en de geschiedenis van onze Euregio – zie onze website -.)

Nummer 2: 30 september 2019
Positionering van de Omgevingsvisie 2040 Maastricht.
Met het Ontwerp Omgevingsvisie 2040 heeft de Gemeente Maastricht een alleszins te waarderen ‘werkstuk’ afgeleverd. Zeker ook omdat het ‘materiaal’ aflevert voor de vele aspecten die de toekomst van onze woon-, werk- en leefomgeving gaan bepalen en daarover ook gedachtenuitwisseling binnen de bestuurskringen en met de maatschappelijk betrokkenen mogelijk maakt. Voor die discussie is er dus nu een solide basis.

Evenwel de term omgeving, tot stand gekomen in relatie met de in de maak zijnde nationale Omgevingswet 2021, nodigt uit tot reflectie. In het Ontwerp Omgevingsvisie 2040 van de Gemeente Maastricht is de in het geding zijnde omgeving formeel-wettelijk bepaald. Het gaat hierbij immers om hetgeen zich binnen de gemeentegrenzen in de toekomst afspeelt/dient af te spelen. Zonder de wijdere omgeving daarbij te betrekken kan hier evenwel slechts half werk worden afgeleverd. Dat heeft alles te maken met de prominente ligging van Maastricht ‘midden in Europa’.  En met ‘algemene’ trends die Maastricht nu al, maar zeker in de toekomst, heftig zullen gaan bezighouden. Waaronder de verdere globalisering en digitalisering van het economische speelveld, de toenemende verstedelijking/metropolisering van de woon-, werk- en leefomgeving en de toenemende concurrentie van de regio’s met elkaar om zich in deze context effectief als vestigingsoord voor wonen en werken te presenteren. Met name in dit domein is op dit moment sprake van een sterk groeiend engagement, om Maastricht en partners, via het bewerkstelligen van meer Euregionale polycentriciteit, toekomstbestendig te maken. Zie de bijlage, waarin is opgesomd wat er de laatste tijd, met name in het domein van de Euregionalisering/ internationalisering zoal aan initiatieven speelt.

 Kort en goed: Je woont in Maastricht, maar ook in Limburg. Daar is de laatste (tientallen) jaren een dimensie bijgekomen: je woont ook in de Euregio Maas-Rijn. (Of dat zo aanvoelt is een ander verhaal). Tegenwoordig presenteert de keuze waar je woont zich nog een stuk ruimer: in de Randstad Zuid-Limburg (Rapport Luc Soete) en/of in de (nabije) toekomst – de wens van het Economische Samenwerking Zuid-Limburg-genootschap (ESZL) omarmend – in de Metropool Euregio Maas-Rijn. (Citaat Nieuwsbrief ESZL 19 augustus jl.: Euregio Maas-Rijn wil metropool worden. De gemeenten Aken, Genk, Hasselt, Heerlen, Luik, Maastricht en Sittard-Geleen gaan nauwer samenwerken. Binnen het verband van de Euregio Maas-Rijn willen ze als een grensoverschrijdend agglomeraat functioneren. De gemeenten streven naar één Euregionale arbeidsmarkt, één Euregionaal openbaar vervoerssysteem, één Euregionale economische agenda, één Euregionaal ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid en één Euregionaal cultuuraanbod). 

Voorgaande ‘puzzel’ geeft het belang aan van de manier waarop Maastricht zijn Omgevingsvisie 2040 gaat inkleden: Maastricht als Maastricht, Maastricht als onderdeel van een groter geheel, Maastricht als ‘leader firm’ die de wijdere omgeving laat zien hoe de toekomst gestalte moet krijgen of Maastricht als loyale partner in dit, mede door andere betrokkenen op te tuigen, proces.

De Ontwerp Omgevingsvisie laat er geen misverstand over bestaan dat ze de (Eu)regionale doorontwikkeling serieus neemt, alsook haar positie ‘midden in een der meest doorontwikkelde delta-economieën’ van de wereld. Citaat “Maastricht heeft de ambitie om haar positie als motor voor de (Eu)regionale economie te versterken”. Onder meer door het ontplooien van de agglomeratiekracht van de (EU)regio”. Duidelijk is dat die agglomeratiekracht slechts in de context van een bredere en diepere samenwerking met de stedelijke omgeving – de Grensregio Maas-Rijn als polycentrische eenheid – gerealiseerd en geoptimaliseerd zal kunnen worden. Wanneer dit thema erkend wordt als het gaudium essendi, dé smaakmaker voor de economische en sociaal-maatschappelijke toekomst voor Maastricht en bredere omgeving, dan moet dat vanzelfsprekend ook in de Omgevingsvisie 2040 stevig benadrukt worden: als signaal naar de partners, maar zeker ook naar de inwoners van Maastricht, die wanneer het over de Euregio gaat, over het algemeen nog kampen met een kennis- en emotionele achterstand.  Afzender: Het Bestuur van de Stichting Geen Grens.

Nummer3: 6 december 2019 als bijdrage aan de discussieochtend over het thema How can we strengthen Euregional cooperation? What cross-border ideas, opportunities for cooperation, projects or best practice would you like to discuss? Georganiseerd door Studio Europe Maastricht in het kader van de Europe Days 2019.
Het 4 x P-recept: wordt de doorontwikkeling van de Euregio het ‘gaudium essendi’: dé smaakmaker voor de toekomst van onze woon-, werk- en leefomgeving?

Perceptie: Naar het 40 jaar lange verleden van de Euregio Maas-Rijn kijkend laat zich de vraag stellen op welk punt van de lijn we ons op dit moment met het resultaat van onze Euregionale inspanningen bevinden en of die lijn in al die jaren hard of slechts mondjesmaat omhoog is gegaan. De laatste duiding lijkt de meest realistische. Dat vraagt om actie voor een effectievere, meer solide en betrouwbare aanpak. Een breed gedeelde herkenbare beoordeling van de mankementen die daarbij spelen moet de kansen op een ‘gezonde doorstart’ zodanig vergroten dat er een gezond vertrouwen ontstaat in onze Euregionale toekomst.

Projectie: naast de globalisering zijn de verstedelijking en de metropolisering dominante trends. Onze Euregio moet zich op de weg begeven van een polycentrische stad, met een zogenaamd daily urban systeem. Binnen zo ongeveer een uur reisafstand ontmoet je wie je wilt en zie je wat je wilt. Die polycentriciteit, met de daaraan gerelateerde agglomeratievoordelen, is primordiaal voor de toekomstkracht van onze regio.

De Tristate-optie, die op dit moment in omloop is, mag daarbij niet afleiden waar het werkelijk om gaat: om de doorontwikkeling van de Euregio. (Tristate: burgemeester Penn-te Strake publiceerde erover in De Volkskrant. Beoogd doel: de Rheinland/Randstad en bredere omgeving en de Vlaamse Ruit dezelfde uitstraling en het gewicht te bezorgen als metropolen zoals London, Los Angels, enz.) Voor de Euregio is de Tristate-modus, vooral als achtergrondscherm van belang, waarbinnen de Euregio opereert. Maar het omgekeerde is van doorslaggevende waarde: zonder florerende grensregio’s, zeker in de Nederlands/Duitse en Belgische situatie blijft de Tristate-optie te veel een lege huls. Vol inzetten dus op onze Euregio: als doel en als middel.

Proces: ideeën genoeg, er is altijd nog plaats voor nieuwe goede ideeën, maar daar gaat het nu niet meer om. Niet in de eerste plaats streven naar nog meer projecten ter verdere vulling van de reeds aanwezige projecten-carrousel, maar liever naar een projecten-collectief, met meer prioriteitenduiding, samenhang en transparantie. Mede daarom moet er meer institutionele daadkracht en organiserend aansturingsvermogen tot stand komen; dat is een sleutelfactor. Bij het uitspelen daarvan ligt op dit moment de urgentie. Met als voornaamste doelstelling het succesvol ontdooien van de door de komst van de regelgeving van de nationale staten ontstane bevroren rijkdom.

Lees het artikel van ASML-topman Roger Dassen in De Limburger van afgelopen maandag, 2 december.  Voor het bereiken van de status Topregio voor Zuid-Limburg is het nodig daarvan een ‘Chefsache’ te maken. Citaat: “Je hebt een partij nodig die de juiste spelers aan tafel zet, met de juiste ambitie, die samenwerking stimuleert en ook ziet waar we tekortschieten. Die ambitie kun je alleen najagen als je met de top van onderwijs, overheid en bedrijfsleven bij elkaar gaat zitten, de burgemeesters, de CEO’s, de bestuursvoorzitters van de kennisinstellingen. Er moet een grootse en meeslepende ambitie worden geformuleerd om als Zuid-Limburg een toonaangevende speler te worden’ Vervang hier het woord Topregio door Euregio en we weten precies waarover het ook in dit domein zal moeten gaan. Het inrichten van een effectieve bestuursconstructie voor het bereiken van meer doelmatigheid en zeggingskracht in de aanpak van de verdere Euregionalisering van onze woon-werk- en leefomgeving is derhalve dringend aan de orde. Het gaat m.b.t. de Euregio, gezien de aanwezigheid van de vele betrokken actoren en de talrijke aan te spreken thema’s immers om een megaklus die er zo maar niet even bijgedaan kan worden.

Voorbeeld: het dienaangaand opereren van de Provincie Limburg. Na het vorige coalitieakkoord, waarin de aandacht voor de Euregio geduid mocht worden als een hoogtepunt van heroriëntatie op de ontwikkeling van de Euregio, blijft het huidige collegeprogramma achter bij de verwachtingen met name ten aanzien van de bestuurlijke rol die de provincie hier zou moeten spelen.  Gaarne hier dus ambidexteriteit nastreven: tweehandig gaan be- en aansturen. Limburg aan de ene kant, met de ene hand en de Euregio, aan de andere kant, met de andere hand. En vanzelfsprekend ook met een daarbij behorende stevige interactie en cohesie tussen beide actievelden. Belangrijk bijproduct: het bewerkstelligen van een (veel) bredere zichtbaarheid met betrekking tot hetgeen er Euregionaal speelt. Belangrijk, gezien o.a. de afstandelijkheid van veel Limburgers ten aanzien van het Euregio-thema. Hier wordt tot nu toe, ook door de provincie, suboptimaal geopereerd omdat de Euregionale takenpakket verdeeld is onder alle gedeputeerden. Dat mag zo blijven, maar daar moet wel een ‘organisatorisch lint’ omheen. Opties als een conventieformule à la het Culturele Hoofdstad project Maastricht 2018 of het inrichten van een Euregionale Development Board zijn evenzeer (aanvullende) mogelijkheden voor een meer solide organisatorisch aanpak.

Positionering: we verwijzen hier naar het Rapport Boosting Growth in Border Regions In Europa zijn er zo’n 150 grensregio’s, waar 1/3 van de Europese populatie woont, zo’n 150 miljoen Europeanen. Maar er is geen sprake van een rangorde, noch voor de aantallen inwoners, noch voor o.a. de economische en sociaal-maatschappelijke prestaties. In die context zou de Euregio Maas-Rijn de status van Major Euregional Area mogen of zelfs moeten claimen. Referentie: Rotterdam als Major Indusrial Area. Een vorm van slim asset-management dus en een legitimatie voor ondernemers om meer in beweging te komen en voor de burgers om zich meer Euregiaan te voelen. Dat kan geloofwaardig gebeuren op basis van de uitgangspunten daarvoor: vooral de ligging midden in een der meest doorontwikkelde delta-economieën van de wereld en – traditioneel – zo ongeveer in het hart van de economische banaan, lopend van Noord-Italië tot in Engeland. En dan is er nog onze geschiedenis. Hier verwijzen naar het boek Lejeune: Land zonder Grens: Aken, Luik, Maastricht (1958). In de 13e eeuw was de driehoek Luik, Aken, Maastricht het culturele en economische centrum van Europa. Waar de haven voor Rotterdam een te ontginnen delfstof was en is, is dat zeker ook de bevoorrechte ligging ‘midden in Europa’ voor Limburg.

Bovendien kan daarmee een omissie van enkele jaren geleden worden gecorrigeerd. Het niet reageren destijds op het Mainports Voorbij rapport, waarbij de regio Eindhoven met de hoofdprijs er vandoor gaat en de economische potentie van de grensregio Maas-Rijn volledig buiten beeld blijft. Geen enkel protest daartegen via het indienen van ‘een claim’ voor eveneens expliciete aandacht voor het grote groeipotentieel van de Grensregio

(Zuid-)Limburg. De ‘Großwetterlage’, die voor de provincie Limburg aan de orde is als een van de meest aansprekende Euregio’s, bleef hiermee dus buiten schot. Met de claim Major Euregional Area vooral dus ook ‘voice’ ontwikkelen, van ons laten horen, eveneens ter vermijding van onwenselijkheden als hiervoor aangegeven.

Naast de status Major Euregiobal Area als belangrijke ankerpunt voor het tot stand brengen van meer ontplooiingsmogelijkheden voor onze Euregio is er nog sprake van een belangrijk bijproduct. Het vergroten van de zichtbaarheid van hetgeen we met de Euregio doen en voor hebben. En die zichtbaarheid is van groot belang voor het bereiken van een veel bredere doelgroep; de Euregio is een project voor álle bewoners, instanties en bedrijven. Dat bereiken van de bredere maatschappelijke omgeving, noem het ‘der Kampf um die Köpfe’, is een belangrijke opgave. Net zoals trouwens het upgraden van onze Euregio naar het internationale niveau van bijvoorbeeld Bazel en Luxemburg. En dat laatste heeft zeker ook met voldoende talenkennis te maken.

Bij deze Kampf um die Köpfe ook werken aan het grote verhaal m.b.t de toekomst van de Euregio. Argumenten genoeg en een inspirerende titel is er ook al: De Euregio maakt Limburg én Nederland groter. Enthousiaste gebruiker van die titel: Theo Bovens, onze gouverneur.