The process is the product: een succesvolle doorontwikkeling van de Euregio blijkt een product op zich!

De 4 P’s van de op deze website eerder ‘geventileerde’ 4 x P-formule over het wie, wat, waarom en wanneer m.b.t de Euregio hebben ieder hun eigen ‘gewicht’ en inhoud.  (Ter herinnering. P1: waar staan we met de Euregio of waar denken we dat we staan?  P2: waar willen we heen met de Euregio? P3: hoe komen we daar? En P4 hoe profileren we ons met die ‘nieuwe’ Euregio?). Verreweg de gecompliceerdste P is de P3, die van het proces dat in gang moet worden gezet om daarheen te geraken waar we willen zijn. In onderstaande analyse wordt voor dit proces een ‘fasering’ ingevoerd; in een drietal fases wordt gepoogd te verhelderen waar de accenten m.b.t. de (door)ontwikkeling van de Euregio in het verleden, heden en in de toekomst (zullen) liggen. Wanneer zich in dit proces gecompliceerdheid voordoet – en in het geval van de ontwikkeling van de Euregio is dit onmiskenbaar het geval – dan wordt dit proces als het ware zelf een product: iets wat met veel aandacht en energie samengesteld/in het leven geroepen moet worden. Waarom dit zo is wordt hierna uitgelegd.  We gebruiken daarbij als kapstok de insteek die dezerzijds, tijdens de bijeenkomst van 2 februari jl. in Sittard-Geleen over “Ideeën Euregionale Samenwerking”, gekozen is.

Het gehoor werd daar voorgehouden dat we zo langzamerhand fase 3 ingaan van de ontwikkeling van de Euregio. Deze ‘duiding’ impliceert dat er sprake is van eerdere fases 1 en 2.  

Fase 1:
De jarenlange ondermaatse aandacht voor de Euregio. Limburg ging destijds gebukt – niet letterlijk te nemen – onder ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ (Boek Milan Kundera als metafoor). Na de mijnsluiting was er sprake van vele jaren met uitgesproken aandacht voor ‘Den Haag’ om van daaruit ondersteuning te vinden voor de ‘wederopbouw’ van Zuid-Limburg. Verwaarlozing derhalve in die periode van het grensoverschrijdende potentieel in de vele zich daarbij presenterende domeinen bij de buren in België en Duitsland. O.a. de buurtalen verdwenen toen zonder veel protest uit het onderwijspakket, met een behoorlijk negatieve impact, zeker ook vandaag de dag nog, op onze vaardigheid voor het benutten van over-de-grens-contacten en -faciliteiten.

Fase 2:
Hoe is dat nu? Heel anders ……..er is ruimte ontstaan voor meer optimisme en daadkracht m.b.t. de toekomst van de Euregio. Het lijkt erop dat er sprake is van meer zelfvertrouwen omtrent de groeimogelijkheden van de Euregio. Dit laat zich afleiden uit de grote hoeveelheid recente projecten die er op moment lopen, resp. gepresenteerd zijn.

Aantekening: in navolgende opsomming zijn een aantal ter zake interessante Interreg-projecten onder regie van o.a. de EMR (Euregio Maas-Rijn) nog niet vermeld.

  • Het fors herziene ‘Haagse’ beleid m.b.t. de grensregio’s bij het aantreden van het huidige kabinet. Citaat staatssecretaris Knops: “Door een gemeenschappelijke inspanning kan een stevige impuls worden gegeven aan zowel de economische groei en het innovatievermogen als de sociale en fysieke leefbaarheid van onze grensregio’s”.
  • De laatste Limburg Economic Development (LED)-actie: een stevig beargumenteerd pleidooi voor het inrichten van een ‘Euregionale grootstedelijke agglomeratie’. Mckinsey als ondersteunende onderzoeker.
  • Het inmiddels omarmde Strategisch Actieplan Randstad Zuid-Limburg (auteur Luc Soete). Startdocument ESZL (Economische samenwerking Zuid-Limburg).
  • Het met veel energie en aandacht samengestelde eindverslag van het City Deal Eurolab-project.
  • De Euregio Maas-Rijn verkrijgt de EGTS-status (Europese Groepering Territoriale Samenwerking) en verandert daarmee van een stichting in een bestuursorgaan.
  • De eerste groots opgetuigde Grensland-conferentie Nederland-Nordrhein Westfalen, 9 mei 2019 in Venlo. Hoge verwachtingen, allereerste resultaat: de Grensinformatiepunten – Maastricht heeft er ook een – worden voortaan door ‘Den Haag’ gefinancierd.
  • Het MAHL 2.0-overleg, 19 juni 2019, van de burgemeesters Maastricht, Sittard-Geleen, Heerlen, Aken, Luik, Hasselt en Genk onder het label: Euregio 2019 samen op weg naar een duurzame, bereikbare, cultureel en economisch sterke Euregio!

Evenzeer vermeldenswaard:
De Tristate-enscenering van burgemeester Penn-te Strake enige tijd geleden in de Volkskrant. De door o.a. het VNO-NCW bedachte Tristate-optie beoogt samenwerking tussen de regio’s Nordrhein-Westfalen, de Randstad, inclusief o.a. de (EU-)regio’s Eindhoven en (Zuid-)Limburg en de Vlaamse Ruit c.s. opdat er een metropool ontstaat met ongeveer dezelfde ‘zeggingskracht’ als Greater London, Singapore, Hongkong, Los Angels enz.
Aantekening bij deze Tristate-optie: voor de Euregio is de Tristate-modus, vooral van belang als achtergrondscherm, waarbinnen de Euregio opereert. Evenwel, zonder florerende grensregio’s, zeker in de Nederlands/Duitse en Belgische situatie, blijft de Tristate-optie te veel een lege huls. Vol inzetten dus op onze Euregio: in de eerste plaats als doel op zich maar ook als middel om de Tristate-optie verder te helpen.

De laatste tijd actief geworden instituten van eigen Limburgs maaksel:
Studio Europa: Europe days 6-8 dec 2019. Met ditmaal o.a. specifieke aandacht voor de Euregio: “How can we strengthen Euregional cooperation?  Zuid-Limburgse, instituten operationeel: ITEM (Institute for Transnational and Euregional cross border Cooperation and Mobility, Universiteit Maastricht)
De burgerinitiatiefgroep ‘Stichting Geen Grens’

Wat de stimulering van de aandacht voor de Euregionalisering zeker geholpen heeft zijn de perspectiefvergroters/game changers:
>Atlas voor Gemeenten: Rapport Kansen voor Tongeren, Zuid-Limburg, Tongeren, Luik en Aken (2013) en het
> EU-Rapport: Boosting growth and cohesion in Border Regions (2017). In de EU wonen ca. 150 miljoen inwoners in grensregio’s: ca. 1/3 van het aantal Europeanen.

Aantekening: zonder al deze ‘smaakmakers’ zou voor een interessante bijeenkomst, zoals deze recent in Sittard, de tijd vermoedelijk nog niet rijp zijn geweest! Fase 2 is bovendien ook daarom zeer belangrijk omdat er ‘inhoudelijkheid’ wordt opgebouwd. Dat houdt onder meer in dat we met meer zelfvertrouwen bij de buren op de stoep kunnen gaan staan. We kunnen immers nuttige Euregionale content aanleveren, waarmee ook de buren hun voordeel kunnen doen. En deze buren daarmee ook verleiden meer in onze richting aan te leveren, dan wel intensiever met ons samen te werken. In deze context, maar ook in relatie met de noodzaak voor het bewerkstelligen van meer zichtbaarheid met betrekking tot hetgeen de Euregio te bieden heeft, levert de ‘huidige drukte’ op het Euregionale speelveld een uiterst welkome situatie op.

Fase 3:
Heeft alles te maken met onze blijkbaar hoger bijgestelde ambities: Euregio Maas-Rijn wil metropool worden!(Nieuwsbrief ESZL 19-08-2019)
De gemeenten Aken, Genk, Hasselt, Heerlen, Luik, Maastricht en Sittard-Geleen gaan nauwer samenwerken. Binnen het verband van de Euregio Maas-Rijn willen ze als een grensoverschrijdend agglomeraat functioneren. De gemeenten streven naar:
> één Euregionale arbeidsmarkt,
> één Euregionaal openbaar vervoerssysteem,
> één Euregionale economische agenda,
> één Euregionaal ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid en
> één Euregionaal cultuuraanbod.

Schermafbeelding 2020-02-16 om 17.51.45 kopie.png

De Grensregio Maas-Rijn wil dus de weg inslaan naar een poly-centrische ‘Großstadt’. Valt toe te juichen, maar de grote vraag is: hoe komen we daar? Aandachtsvelden:

 Ten eerste: focus bijstellen:
> Het gaat niet meer alleen om het verzamelen van ideeën, maar evenzeer om het installeren van institutioneel organiserend vermogen;
> Van een projecten-carrousel naar een projecten-collectief, met meer prioriteitenduiding, onderlinge samenhang en transparantie.

Ten tweede: legitimatie voor ‘meer Euregio’ verduidelijken/verhelderen
Ratio: de Euregio maakt Limburg én Nederland groter
> Voor ‘Den Haag’ is de EU de interne markt, enz. Voor Limburg en
partners is de Euregio de samenleving;
> Ligging ‘midden’ in een der meest doorontwikkelde delta’s van de wereld als
‘delfstof’;
> Het ontdooien van ‘bevroren rijkdom’, ontstaan door de opkomst van de
nationale staten in de 19e eeuw;
> Aansluiting bij de fors toenemende ‘metropolisering’ van de stedelijke
omgeving en dito het belang van de daarmee samenhangende agglomeratievoordelen;
> Het opkrikken van het niveau van internationaliteit op het niveau van Basel en
Luxemburg als een vanzelfsprekende ambitie.

Ten derde: het bestuurlijke aspect serieus nemen. The process is the product!
Statement ASML-topman Roger Dassen in DL (2 dec. 2019), ”Voor het bereiken van de status Topregio voor Zuid-Limburg is het nodig daarvan een ‘Chefsache’ te maken. Je hebt een partij nodig die de juiste spelers aan tafel zet, met de juiste ambitie, die samenwerking stimuleert en ook ziet waar we tekortschieten”. Lees voor Topregio > Euregio en we weten precies waar het ook hier in bestuurlijke zin om moet gaan:
> om leiderschap;
> om geloofwaardige doelstellingen en aansprekende ideeën;
> om zichtbaarheid naar de (brede) omgeving;
> om partners met een coöperatieve instelling, een volwaardig mandaat en dito
handelingsbekwaamheid.

Daarbij komen nogal wat nader in te vullen functies in beeld. Met de daarmee verbonden activiteiten die als belangrijk bijproduct ook het zo zeer gewenste contact ‘met de samenleving’ meer handen en voeten zullen geven:
> Signaleringsfunctie: het tijdig onderkennen van trends en het ontwikkelen
van daaraan te koppelen inzichten en beleidsadviezen;
> Sparring partner-functie: het functioneren als actieve gesprekspartner
voor de vele andere actoren die zich in dit werkveld bewegen;
> Katalysatorfunctie: het naar boven halen van relevante meningen en
duidingen en het richting geven aan en veralgemenen van denkprocessen daaromtrent;
> Inspiratie-/aanjaagfunctie: het op gang brengen van wenselijke activiteiten;
> Overkoepelingsfunctie, het realiseren van gemeenschappelijk beleid en
installeren van  herkenbare netwerken en het zo veel mogelijk verenigen van
groeps- en collectieve belangen, enz.;
> Promotiefunctie: het promoten en verder ontwikkelen van de Euregio als
een der meest aansprekende in heel Europa. Lichtend voorbeeld: de Grande
Région Luxemburg die, mede door een uitgebreide (buur-)talenkennis een veel hoger niveau van internationaliteit kent.

Het bewerkstelligen van een en ander is dermate complex en veelvragend vanuit alle richtingen – heel veel actoren en thema’s – dat het inkleden van een dergelijk proces op zichzelf een af te leveren product wordt. Zie voetnoot!

Ten vierde: duidelijkere profilering van de Euregio als een Major Euregional Area. Major Euregional Area-profiel: refereren aan ‘Boosting growth rapport’ dat geen classificatie m.b.t. de Euregio’s kent. Voor dit rapport zijn alle Euregio’s dus gelijk; de werkelijkheid is anders. De kenmerkende omstandigheden van De Euregio Maas-Rijn
> 4 miljoen inwoners;
> 5 universiteiten, 8 campussen;
> Als bindmiddel en delfstof: unieke ligging ‘midden in Europa’, in een der meest
aansprekende delta’s van de wereld;
> Indrukwekkende historie;
> Meerlanden-constructie à la Basel, Luxemburg.

Assetmanagement aan de orde: het ‘bezit’ Major Euregional Area uitspelen als ‘kartrekker’.
> Dit moet een belangrijk ankerpunt worden voor het tot stand brengen van
meer ontplooiingsmogelijkheden en –kracht voor onze Euregio;
> Het vergroot de zichtbaarheid van hetgeen we met de Euregio doen en voor
hebben. Het bereiken van de bredere maatschappelijke omgeving, noem
het ‘der Kampf um die Köpfe’, is hiermee verknoopt een belangrijke opgave;
> Het zorgt voor legitimatie – binnen en over de grens – voor bestuurders en
ondernemers om meer Euregionaal in beweging te komen en voor de burgers
om zich meer met de Euregio verbonden te voelen.

Citaat Frans Timmermans, december 2014: Opening Jaar van de Mijnen: “Nergens in Europa ligt dat succes meer voor het oprapen dan in de regio die grof gezegd de Benelux en NRW omvat. Wij staan vandaag in het hart van die regio. Poets de grenzen weg, en dat hart kan heel Europa van zuurstof voorzien”.

 Varianten voor een organisatorische aanpak:
> Het toepassen van de Conventieformule à la Culturele Hoofdstad-project
Maastricht 2018;
> Het inrichten van een Euregional Development Board, al dan niet geassocieerd aan bijv. de ESZL, dan wel het hiervoor vermelde zeven stedencollectief;
> Anders? Wie voelt zich geroepen? De provincie? Het vorige provinciale
coalitieakkoord onderscheidde zich als een hoogtepunt van heroriëntering op de
Euregio. Mag van het huidig collegeprogramma van de provincie, als volgende
stap, meer verwacht worden?

Referentie: Citaat brief 20 april 2018 van Staatssecretaris Knops aan de Tweede Kamer.Gelet op de (mede)verantwoordelijkheid van een aanzienlijk aantal collega-bewindslieden voor deze kabinetsinzet – bedoeld wordt hier de inzet voor meer samenwerking met de grensregio’s – is ook een productieve bestuurlijke en ambtelijke interdepartementale afstemming en samenwerking van wezenlijk belang. Met het oog hierop zal ik, in het verlengde van de vastgestelde portefeuilleverdeling binnen het cabinet, in goed overleg en samenwerking met mijn collega’s de noodzakelijke interdepartementale afstemming en samenwerking bevorderen en waar nodig initiëren”. Opmerkelijk is dat Den Haag niet alleen kleur bekent met betrekking tot het belang van de doorontwikkeling van de grensregio’s, maar dat men ook bereid is hiervoor de betrokken departementen (organisatorisch) ‘op te schudden’. Zie ook column op deze site: “Collegeprogramma Provinciale Staten: heel veel aandacht voor de Euregio, maar meer ambidexteriteit nodig: tweehandig aansturen van zowel de ‘projecten’ Limburg als de Euregio”.

Voetnoot:
Goed nog even een beeld op te roepen van de specifieke ‘omstandigheden en omstanders’ die het euregionale speelveld zo ingewikkeld maken. Een situatie die ‘smeekt’ om een bijzondere en bezonnen aanpak. Een megaklus, dat wel! Aspecten: er is sprake van talrijke spelende problemen in de regelgeving en in de vele ‘conditionerende’ domeinen: van de arbeidsmarkt tot het onderwijs, het cultuurdomein en het openbaar vervoer. En van vele actoren die in dit project ingebonden moeten worden: van de betrokken buurland-regio’s en de (locale) bestuurders tot de beheerders van vele maatschappelijke instituten tot de nationale en Europese regelgevers in Den Haag, Berlijn en Brussel. Van die laatsten mag/moet overigens een aparte beleidsmatige aanpak voor de doorontwikkeling van grensregio’s verlangd worden. Gelukkig bevinden ‘Den Haag en Brussel’ zich hier op weg. Dan zijn er de deels ontbrekende kwalificaties om met de Euregionale insteek effectief in de weer te gaan: buurtalenkennis voorop, maar zeker ook de afstandelijke houding van de media ten opzichte van de Euregionale (non-)gebeurtenissen, alsook het feit dat er nog steeds een groot tekort aan bewustzijn bestaat, zeker ook bij de ‘doorsnee burger’ (en de doorsnee politicus?), aangaande de omstandigheid dat er met betrekking tot energiek inzetten op de Euregio voor de toekomst van Limburg nog heel veel te halen valt. Het bestrijden derhalve van de vermaledijde 3 O’s: onwetendheid, onverschilligheid en onwilligheid/cynisme. Cynisme: deze toevoeging omdat dit cynisme zich, gezien het resultaat van 40 jaar EMR-activiteit, nogal breed manifesteert. Opgave: het oplijnen van de vele in het euregionale domein actieve actoren in de richting van een organisatorisch efficiënte aanpak: gemeentelijke, provinciale, nationale en euregionale bestuurders, instituten, ondernemers, sociaal-maatschappelijke en culturele ‘activisten’, enz. In eigen land en over de grens. En daarnaast het losmaken van een (veel) positiever sentiment met betrekking tot het Euregionaal potentieel voor meer welvaart en welzijn. Voor vele medebewoners en -bestuurders zijn ‘Den Haag’, ‘Brussel’ en zelfs ‘Eupen’ (EMR) hiervoor, in ieder geval gevoelsmatig, nog te ver weg. We zullen in (Zuid-)Limburg, mede daarom, vooral ook zelf aan de bak moeten om zichtbaar te maken waar het over gaat/moet gaan en daarbij ook de leiding moeten nemen voor het vinden van oplossingen voor de zich aandienende problemen, dan wel als inspirator voor het aansturen daarvan. En vooral ook ‘Brussel’, ‘Den Haag’ en ‘Eupen’ (nog) dichterbij halen. De doorontwikkeling van de Euregio is in ieder geval niet iets wat je er zo maar even bij doet en zo maar aan anderen kunt overlaten.

Nog maar weer een keer terug naar de Gouden Eeuw met een citaat van Alain Peyrifitte in zijn boek Du Miracle en Économie (1995): “Het economische wonder dat zich in het Holland van die tijd voltrok was geen gevolg van toeval of omstandigheden, maar van een mentale houding: het opvatten van die omstandigheden als een uitdaging”.Schermafbeelding 2020-02-17 om 17.12.44