Het Collegeprogramma 2019-2023 van de Provincie Limburg: aan de orde is ambidexteriteit. Tweehandig aan- en besturen: van Limburg met de ene hand en van de Euregio met de andere.

Het probleem met het Collegeprogramma Provincie Limburg 2019-2023 is niet het feit dat het Euregionale aspect onvoldoende aan de orde komt – het tegendeel is waar – maar de manier waarop dat gebeurt. Het Euregio-aspect is niet geduid als een ‘main goal’, maar als een van de 10 actiedomeinen. Dat is ‘ondermaats’. Feit is immers dat de Euregionale bezigheid op zichzelf een overkoepelende activiteit is, waarin – met variërende intensiteit – vele subactiviteiten zijn ondergebracht: van arbeidsmarkt, tot cultuur, gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer, enz. Dat vraagt om een duidelijke aansturing via het, daar waar vanzelfsprekend, met elkaar verkoppelen van al die activiteitenvelden. De voor het Rijn-Maas gebied geldende ‘Großwetterlage’, als een van de meest aansprekende Euregio’s, blijft tot nu toe voor de Provincie té veel buiten schot. De Euregio als overkoepelende doelstelling komt mede daarom niet of op zijn minst onhandig aan de orde, evenzeer als de ambitie om hier, positoneringsmatig, een aansprekend punt van de maken.

Het bundelen van krachten lijkt ook voor de provincie niet langer een ‘afstandelijk’ thema. Gedeputeerde Van den Akker speelt met de gedachte voor alle vier de Brightland-campussen een gemeenschappelijk general management in te richten. Opdat zowel voor het intern managen als voor het naar buiten optreden, bijvoorbeeld voor het losweken van Europees fondsengeld en het efficiënter met elkaar verbinden van de betrokken partners, meer daadkracht en functionaliteit met betrekking tot het verder ontwikkelen van het Brightlandcampussen-beleid tot stand kan komen.

Meerdere malen hebben we het Provinciale Coalitieakkoord 2015-2019 getypeerd als een hoogtepunt van heroriëntatie op de doorontwikkeling van de Euregio. Maar ook stelden we vast dat het bewerkstelligen van een (veel) bredere zichtbaarheid met betrekking tot hetgeen er Euregionaal speelt – gezien o.a. de afstandelijkheid van veel Limburgers ten aanzien van het Euregio-thema – dringend aan de orde is. Hier wordt tot nu toe, ook door de provincie, suboptimaal geopereerd omdat de Euregionale takenpakket verdeeld is onder alle gedeputeerden. Daar moet een ‘organisatorisch lint’ omheen.

Na het beloftevolle vorige coalitieakkoord is de Provincie toe aan een volgende stap, die best wel ‘een tandje hoger’ mag/moet liggen. Een paar tandjes; nog beter! Met haar Coalitieakkoord 2018-2022 geeft de Gemeente Maastricht hier het goede voorbeeld: Maastricht neerzetten als heuse Europastad. En over een paar tandjes bijzetten gesproken: op 19 juni jl. vond er een bijeenkomst plaats van de burgemeesters van Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen, Aken, Luik, Genk en Hasselt. Onderwerp en logo: de Euregio 2019, samen op weg naar een duurzame, bereikbare, cultureel en economische sterke Euregio. In de recent openbaar gemaakte Ontwerp Omgevingsvisie Maastricht 2040is het (EU-)regio thema inmiddels gepromoveerd tot een van de 5 prioritaire beleidspunten. Op plek 1 staat genoteerd: “het versterken van de agglomeratiekracht van de (Eu)regio en daaraan gerelateerd: het versterken van de (Eu)regionale netwerkfunctie van Maastricht, ten behoeve van de sociale en economische vitaliteit van de stad en (Eu)regio”.

Het voorbijgaan in het Collegeprogramma 2019-2023 van de Provinciale Staten Limburg aan het inrichten van een coördinerende overkoepelende functie voor het aanspreken van het ontwikkelingspotentieel van de Euregio lijkt daarom een gemiste kans voor het beter positioneren van het Euregionale aspect en dito voor Limburg als onderdeel van een hoog te kwalificeren Euregio. Wanneer we de moed zouden hebben Limburg/de Euregio Maas-Rijn te bestempelen als een ‘Major Euregional Area’, wat ze in feite is, dan maakt dat tevens de weg vrij voor het installeren van meer institutionele analyserings- en uitvoeringskracht. En mede daardoor ook voor een solidere aanpak van het ontginnen van het aanwezige economische en sociaal-maatschappelijk Euregionale ontwikkelingspotentieel. Gaarne dus tweehandig be- en aansturen: Limburg aan de ene kant, met de ene hand en de Euregio, aan de andere kant, met de andere hand. Tegelijkertijd, en zeker ook met een daarbij behorende stevige interactie en cohesie tussen beide actievelden.

Ingewikkeld? Het lijkt erop, maar dat is het niet. Wanneer we per ‘segment’ weten wat we willen en definiëren wat er moet gebeuren komt het totaalbeeld met betrekking tot de relatie van Limburg met de Euregio v.v. vanzelf op tafel, alsook de daarbij behorende strategische visie en dito het actieprogramma. In ieder geval een stuk minder ingewikkeld, want transparanter en doelgerichter, dan de manier waarop de zaken nu aangepakt worden. In het ‘Euregiotraject’ ontbreekt het gelukkig niet aan ideeën en geïnteresseerde actoren. Integendeel; er speelt, veelal los van elkaar, zó veel en zó veel tegelijkertijd dat we te maken hebben met een soort ‘projectencarrousel’, waarbij iedereen zijn eigen rondje draait. Dat moet een ‘projectencollectief’ worden waarbij het bereiken van de doelstelling: meer en efficiëntere Euregionaliteit, een voor de hand liggende transparante gezamenlijke klus wordt. In de omgang met de Euregio komt daarmee meer duiding, ratio en samenhang tot stand.

Tenslotte, ter legitimering van de positie van de Provincie in dit ‘proces’, het navolgende citaat uit het Collegeprogramma 2019-2023: “De provincie is een middenbestuur dat voortdurend schakelt in het midden van verschillende schaalniveaus. Zowel midden tussen de verschillende overheden (Europese Unie, rijksoverheid, buurlanden, euregio’s, waterschappen en gemeenten) als ook midden in de samenleving: met onze partners, burgers, bedrijven en instellingen. […….…….]. Partners vragen om regionale en (euregionale:toevoeging schrijver dezes) belangenafweging, duidelijke kaders en keuzes en een heldere koers”. In deze context mag/moet werken aan een aansprekend en doelmatig functionerend Verenigd Euregionaal Projectencollectief (VEP), uiteraard binnen de enscenering van de twee-handen-benadering, als een uitdagende en zinvolle opgave worden gezien.

Excellence ontstaat door de manier waarop we de dingen met elkaar organiseren!

Au travail, mes chers amis!
An die Arbeit, liebe Freunde!