De recent ter zake van dit onderwerp verzonden brief is hiernavolgend als column terug  te lezen.  

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg,
Postbus 5700, 6202 MA Maastricht.

Betreft: Buurtalenonderwijs.

Maastricht, 8 maart 2018.

Geacht College,

Graag vragen wij uw aandacht voor het hoger vermelde thema, naar de mening van onze Stichting van primair belang, zowel vanuit economische optiek als vanuit het oogpunt van een succesvolle (verdere) euregionale samenwerking.

Na het onlangs door uw Provinciebestuur genomen besluit om dit thema ‘geen onderdeel te doen zijn van de lobby van de Provincie richting Den Haag, omdat scholen daar zelf een beslissing over kunnen nemen’ (citaat De Limburger van 18 januari jl.) rijst de vraag of u als bestuur van de meest internationale provincie van Nederland de verantwoordelijkheid voor beter buurtaalonderwijs daadwerkelijk enkel aan de scholen zelf wilt en kunt overlaten.

In een eerder betoog bestempelden we het Coalitieakkoord Provinciale Staten van 2015 als een hoogtepunt van heroriëntering van de Provincie Limburg met betrekking tot het Euregionaal beleid. Via veel aansluitend denkwerk en rapporten uit vele hoeken en richtingen is inmiddels helder geworden dat de Euregio zich steeds duidelijker ontwikkelt tot het gaudium essendi, dé smaakmaker voor de toekomst van (Zuid-)Limburg. Maar ook dat voor het succesvol ontginnen van deze ‘delfstof’ er sprake is van ontbrekende kwalificaties om met de Euregionale insteek effectief in de weer te kunnen gaan: buurtalenkennis voorop. Ook met betrekking tot het talenthema is er gelukkig al behoorlijk wat actie. Tegen deze achtergrond is de door uw Provinciebestuur gekozen en recent bevestigde benadering ons inziens té vrijblijvend, gezien het belang en effect van een dieper in de Limburgse samenleving verankerde buurtalenkennis.

Een vergelijking met referentieregio’s als Basel en Luxemburg brengt aan het licht dat de oriëntering op de internationale omgeving aldaar, met alle economische en sociaal-maatschappelijke spin-offs van dien, veel breder en intensiever is dan in onze eigen situatie. Gefaciliteerd, dat zeker, ook door een veel hoger niveau van meertaligheid in die regio’s. Uit de verdere ‘internationalisering’ van ons eigen denken en doen valt dus nog veel voordeel te behalen. Brede talenkennis is daarvoor een onmisbare voorwaarde. Bovendien wanneer je Duits en/of Frans beheerst ga je je vanzelf ook gemakkelijker interesseren voor hetgeen over de grens gebeurt. Een goede buur word je eigenlijk alleen op die manier.

Ook een onlangs uitgebracht manifest van de Visiegroep Buurtalen is helder over het belang van buurtalenkennis: “Het is vijf voor twaalf; zonder actie missen we de internationale boot”. Van de acht aanbevelingen in dit document zou zeker de allereerste inspirerend voor het te voeren provinciale beleid dienen te zijn: Er komt een sterke sturing van overheidswege om de positie van de buurtalen Frans en Duits terug te winnen en te bewaken. Een vergelijkbare oproep uwerzijds richting “Den Haag” zou alles behalve misplaatst zijn. ‘Voice ontwikkelen’ dus voor zaken die als bijzonder belangrijk voor Limburg zijn te kwalificeren.

In een ingezonden artikel in de Volkskrant – waar overigens ook de hiervoor aangehaalde visiegroep aan refereert – werd de enorme signaalwerking van adequaat bestuurlijk handelen met betrekking tot het verplicht stellen buurtalenonderwijs in kaart gebracht: “En dan is er nog het setje heldere signalen dat met een dergelijk taalbeleid afgegeven wordt. Zowel richting de eigen regiobewoners als richting Euregio-partners, ‘Den Haag’ en ‘Brussel’. Het maakt de betrokken regiobewoners immers op niet mis te verstane wijze duidelijk dat de doorontwikkeling van de Euregionale samenwerking een bloedserieuze aangelegenheid is. Onze Euregionale buren zal ‘deze geste’ evenmin ontgaan. Wij doen ons best, jullie als onze buren ook? Richting ‘Den Haag’ wordt duidelijk dat (Zuid-)Limburg geen Friesland is en met de Euregio zijn eigen koers wil/moet varen en dat de ligging-midden-in-Europa nu eenmaal een op die situatie toegespitst beleid verlangt.”

Met zijn recente rapport Boosting Growth and Cohesion in EU Border Regions zet overigens ook de Europese Commissie versterkt in op de doorontwikkeling van de grensregio’s. Daar bovenop komt nog eens de handreiking van de Landtag Nordrhein-Westfalen (CDU en FDP) van 9 januari jl. voor een verdere ‘Grenzüberschreitende Vernetzung mit den Niederlanden und Belgien’.

Van harte hopen (en vertrouwen) wij dat het hiervoren gereleveerde voor u aanleiding zal zijn om de bevordering van het buurtalenonderwijs (alsnog) wezenlijk onderdeel te doen zijn van uw beleid resp. van de provinciale lobby-activiteiten op het „Haagse“ speelveld. Rest ons u dank te zeggen voor de aandacht die u ongetwijfeld aan ons appèl zult besteden.

Namens de Stichting Geen Grens, (sinds zeer recente datum de juridische rechtsopvolgster van de Burgerinitiatiefgroep „Waar een wil is, is geen grens“),

Harry Welters en Fernand Jadoul (voorzitter).

 

 

Advertenties