NB. Navolgend exposé is op deze website geplaatst vanwege de hoge actualiteit van de aangesproken thema’s en vanwege de nauwe betrokkenheid bij het tot stand komen van de tekst en inhoud van het gepubliceerde. Als bijlage is bijgevoegd de ‘aanbiedingsbrief’ – in dit geval aan de griffiers van de Gemeenteraden en de Provincie Limburg – van de betrokken analyse.

 

Ter verheldering van de positie waarin onze Euregio zich thans bevindt, in een sinds enkele decennia volstrekt veranderde wereld, hanteren we in het navolgende de 4 x P-formule:
Perceptie: hoe staat de Euregio, waarvan (Zuid-)Limburg deel uitmaakt, ervoor c.q. hoe schatten we in dat ze ervoor staat?
Projectie: waar willen we heen met de Euregio?
Proces: hoe komen we daar, bij omarming van het gegeven dat excellence vooral ontstaat door de manier waarop we de dingen met elkaar organiseren?
Positionering: hoe gaan we ervoor zorgen dat onze Euregio, vanwege het in ruime mate aanwezige economische en sociaal-maatschappelijke groeipotentieel, de noodzakelijke verankering krijgt in het beleid van de betrokken partners/actoren en in het brein van de (observerende) burger?

Ad perceptie:
Een breed gedeelde herkenbare beoordeling van de situatie waarin de Euregio zich op dit moment bevindt is van primordiaal belang omdat ze het onmisbare uitgangspunt – en dito de noodzakelijke bron van animatie – vormt voor de inkleding van de toekomstplanning voor onze woon-, werk- en leefomgeving. Op welk punt van de lijn bevinden we ons in de nu al meer dan 40 jaar-actieve Euregio en is de ontwikkeling in die periode snel of eerder langzaam gegaan? Heel snel, dan zijn we op de goede weg, heel langzaam dan moet er voor meer resultaat in de toekomst het een en ander veranderen. Een intussen indrukwekkende stroom aan ideeën voor actie van de laatste jaren/tijd geldt inmiddels als ‘circumstantial proof’ voor de interpretatie dat het vanaf nu niet meer zal moeten gaan om het aanreiken van nog meer ideeën voor de doorontwikkeling van de Euregio, maar veel meer om de omzetting daarvan in een doelmatig beleid en in concrete maatregelen. Rijk aan ideeën, arm in de uitvoering!? Dat moet anders.

Zeker ook door de lessen uit het verleden is duidelijk geworden dat het realiseren van wezenlijk meer profijt van de bevoorrechte positie die (Zuid-)Limburg inneemt, door zijn ligging midden in Europa in een der meest doorontwikkelde delen daarvan, in feite een megaklus is. Zulks vanwege de talrijk spelende problemen in de regelgeving in vele ‘conditionerende’ domeinen: van de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, het cultuuraspect tot het onderwijs, het openbaar vervoer en het infrastructuur- en landschapaspect. En evenzeer vanwege de vele actoren die in dit project ingebonden moeten worden: van (locale) bestuurders en de beheerders van vele maatschappelijke instituten tot de nationale en Europese regelgevers in Den Haag, Berlijn en Brussel. (Daarvan mag/moet overigens een aparte beleidsmatige aanpak voor de doorontwikkeling van grensregio’s verlangd/bevochten worden). En tenslotte vanwege de deels nog ontbrekende kwalificaties om met de Euregionale insteek effectief in de weer te gaan: buurtalenkennis voorop. Met betrekking tot het talenthema is er overigens al behoorlijk wat actie. Het verplicht stellen van Duits en deels ook Frans in het onderwijs levert hierop een uiterst welkome aanvulling. Tenslotte speelt er bij groepen van betrokkenen, de ‘doorsneeburger’ voorop, een hardnekkig gebrek aan bewustzijn met betrekking tot het feit dat er met het energiek inzetten op de doorontwikkeling van de Euregio nog veel te halen is.

In feite is er door de situatie waarin we in het verre verleden, via de inrichting van de nationale staten en de laatste decennia ook door de haperende omgang met de complicaties daarvan voor meer Euregionale samenhang, een situatie van ‘bevroren rijkdom’ ontstaan. Het ontdooien daarvan is geen kleinigheid en vergt een stevige en duidelijke herkenbare aanpak. Laten we in ieder geval beginnen met de Euregio te definiëren zoals hij nu functioneert, opdat zichtbaar wordt wat er moet gebeuren om volop te kunnen profiteren van de mogelijkheden die de ‘delfstof-ligging-midden-in- Europa’, onze regio te bieden heeft.

Ad projectie:
Het in 2013 door de Atlas der Gemeenten-organisatie uitgebrachte rapport ‘Atlas van kansen voor Zuid-Limburg, Tongeren Luik en Aken’ zorgde voor een definitieve ommekeer in de benadering van de Euregio. ‘Perspective changer’ in dit rapport bleek de ‘kanttekening/stelling’ dat Zuid-Limburg in het lijstje van aantrekkelijke regio’s/steden op plek 2, direct na Amsterdam, terecht zou komen wanneer de grenzen in ons woon-,werk- en leefgebied betekenisloos gemaakt zouden kunnen worden. Onder meer de Provinciale Staten hebben dit rapport vermoedelijk als een belangrijke steun in de rug gezien. Het na de Provinciale Statenverkiezingen van 2015 uitgebrachte coalitieakkoord mag worden beoordeeld als een hoogtepunt van heroriëntering met betrekking tot het Euregionaal beleid. De Euregio ontwikkelt zich steeds duidelijker tot het gaudium essendi, dé smaakmaker voor de toekomst van (Zuid-)Limburg.

Zoals gezegd, de Euregio Maas-Rijn is al zo’n 40 jaar actief. ‘Toevallig’ in een periode waarin ook de wereld als zodanig ‘op zijn kop’ ging. De instrumentele revolutie – de inzet van containers, satellietsystemen en computers en voor de nabije en verre toekomst o.a. robots, 3d-printers en nanotechnologisch aangestuurde innovatie zorgde/zorgt voor de ultieme vorm van globalisering van die wereld en voor een totaal andere leef- en werkomgeving op landelijk en lokaal niveau. De toenemende verstedelijking van de wereld ontplooide zich tot een tweede grote trend met evenzeer grote invloed op de omstandigheden voor de kwaliteit voor de woon- en leefomgeving ter plaatse; in dit geval dus (Zuid-)Limburg. (Er speelt in onze hedendaagse wereld nog veel meer: duurzaamheidsperikelen, sterk veranderende demografische omstandigheden, het immigratiethema, een hevig doorzettende digitalisering, enz. Die thema’s laten we hier, ‘kort door de bocht’, voor wat ze zijn).

Met name voor wat betreft het aspect stedelijke ontwikkeling is er ook voor onze Euregionale omgeving veel aan de orde. In deze context komt de noodzaak van het inzetten op een polycentrische internationale urbane leef- en werkomgeving in beeld. Met daarmee verbonden een betere toegang tot de Rheinlandmetropool, met Keulen en Düsseldorf als belangrijke componenten. Het optuigen van metropoolachtige constructies is in de mode; ook Rotterdam en Den Haag en de meer dan 20 gemeenten in de onmiddellijke omgeving van deze ‘grootmachten’ doen er aan mee. Het creëren en exploiteren derhalve van een bron voor welvaart en welzijn die agglomeratiemassa heet. Voor onze regio geldt de beleidsgedachte dat ook meerdere kleine steden bij elkaar in de buurt – polycentriciteit derhalve – veel kunnen bijdragen aan het tot stand brengen van deze agglomeratie-voordelen. En tevens ook aan de internationale concurrentiekracht van het betrokken gebied dat hierdoor zijn vaardigheid verbetert om een vruchtdragende aansluiting op de naar verwachting verder globaliserende wereld binnen bereik te houden. De regio Maas-Rijn Zuid telt ongeveer 4 miljoen inwoners. Zuid-Limburg is inmiddels verre van een ‘death valley’. Potentieel genoeg derhalve voor meer ambitie richting een daily urban system op Euregionale schaal. Een vergelijking met referentieregio’s als Basel en Luxemburg brengt daarnaast aan het licht dat de oriëntering op de internationale omgeving aldaar – met alle economische en sociaal-maatschappelijke spin-offs van dien – veel breder en intensiever is dan in onze eigen situatie. Gefaciliteerd, dat zeker, ook door een veel hoger niveau van meertaligheid in die regio’s. Uit de verdere ‘internationalisering’ van ons eigen denken en doen valt dus nog veel voordeel te behalen.

Ad proces:
Excellence ontstaat door de manier waarop we de dingen met elkaar organiseren! Maar dat organiseren gaat niet vanzelf. Het vraagt, in onze specifieke situatie, om leiderschap, om geloofwaardige doelstellingen, om aansprekende ideeën en projecten, om zichtbaarheid voor de (brede) omgeving en om partners met een coöperatieve instelling en een volwaardig mandaat en dito handelingsbekwaamheid. Zuid-Limburg heeft best al wel ervaring met het aansturen van grote projecten: denk aan het helaas ‘afgeketste’ project Culturele Hoofdstad 2018 en aan het (nog) lopende LED-project (Limburg Economic Development).

Gezien de omvang en het karakter – een megaklus dus met vele aspecten en actoren – van het Euregio-project ligt bijzondere aandacht voor de organisatorische inrichting en aansturing daarvan voor de hand. De ontwikkeling van de Euregio ‘er even bij doen’ biedt te weinig perspectief. Een van de meest noodzakelijke bijwerkingen van een stevige organisatie, van institutionele kracht en bestuursvaardigheid eigenlijk, vormt de daardoor duidelijk te verbeteren zichtbaarheid van datgene waar we mee bezig zijn. Gezien de huidige afstandelijkheid van het Euregiothema bij forse delen van de (Zuid-)Limburgse samenleving – en deels ook bij de media – is de vergroting van deze zichtbaarheid dringend aan de orde. Dat in de eerste plaats. Daarnaast spelen ‘assetmanagement’ – het te gelde maken van onze ‘bezittingen’ zoals de ligging midden in Europa – en een nieuw verbindingskader met onze buurlanden en de bestuurscentra in Den Haag, enz. – ‘new connectivity’ derhalve – een belangrijke rol. Thema’s die duidelijk gediend zijn met een centrale aansturing. Bovendien voegt een dergelijke constructie aan het huidige carrousel van Euregionale projecten een waardevolle inbedding/verankering toe.

In handen van een dergelijk orgaan ligt tevens de opdracht voor het aanmaken en uitventen van ‘het grote verhaal’ met betrekking tot de doorontwikkeling van de Euregio. Zie bijlage 1. Motto: een tot wasdom uitgebouwde Euregio maakt Nederland en Limburg groter en geeft het ‘Europa om de hoek’ nieuwe glans. Voor deze optie zorgt navolgend citaat van het EU-Comité van de Regio’s (eind 2015 toen Luxemburg nog voorzitter was van de EU) voor een gedegen fundament en dito legitimatie: : “Het Comité van de Regio’s verheugt zich erover dat de Luxemburgse regering besloten heeft de versterking van de grensoverschrijdende samenwerking als een prioriteit van haar EU-voorzitterschap aan te merken; het juicht de inspanningen toe die worden geleverd om de obstakels voor deze samenwerking uit de weg te ruimen teneinde de economische, sociale en territoriale samenhang in Europa te vergroten en het potentieel van de grensgebieden volledig te benutten”. Heel recent is deze ‘oproep’ nog eens fors aangedikt door de Europese Commissie, via de voor het Regionaal Beleid verantwoordelijke Eurocommissaris Cretu, die volledig kleur bekent met betrekking tot het economische potentieel van de grensregio’s ‘omdat er in die gebieden nog heel veel potentieel verloren gaat’. (In de gezamenlijke Euregio’s leven zo’n 150 miljoen mensen!) De Europese Commissie is in die context op zoek naar een 20-tal pilotprojecten die dit beleid concreet inhoud kunnen geven. Weer een aantal projecten erbij, bij de vele die er al zijn, dat wel. Een belangrijke taak voor de opnieuw uit te vinden bestuursstructuur voor ons deel van de Euregio wordt overigens ook het herijken van de verbinding met de Euregio’s Maas-Rijn-organisaties in Eupen en in Mönchengladbach. Ook daar is de discussie gaande over de opzet van een doelmatigere setting voor dit instituut: van een Stichting naar een EGTS: een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking. Inmiddels is bekend dat die EGTS-formule er komt. Een regio als Lille met partners heeft er goede sier mee gemaakt.

Ad positionering: tussen hemel en aarde
De aarde: in het onlangs afgesloten 70 pagina’s dikke regeerakkoord valt het woord grensregio’s 1 maal, als een van de vele aandachtspunten voor het buitenlands (sic!) beleid: “Het kabinet maakt werk van het wegnemen van belemmeringen die mensen ervaren in de grensregio’s. Samen met Duitse en Belgische overheden, met name de deelstaten Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Vlaanderen, worden de belangrijkste knelpunten op het terrein van infrastructuur en sociale zaken en werkgelegenheid aangepakt”. Het aantal meldingen over de grensregio’s in het vorige regeerakkoord van oktober 2012 was 0: van helemaal niks naar: “…………….worden de belangrijkste knelpunten………… aangepakt”. Een getuigenis voor op gang te brengen actie. Het is al (heel) wat meer dan we vanuit ‘Den Haag’ gewend waren. Benieuwd waar we – over 4 jaar? – bij het volgende regeerakkoord uitkomen.

De hemel: De burgemeester van Maastricht, mevr. Penn-te Strake, ontwikkelt met haar publicatie in de Volkskrant van 28 november jl. “Met Zuid-Limburg win je de strijd der titanen’ een heel ander beeld met betrekking tot de na te streven gezamenlijke positie van Nederland, en delen van België (vooral Vlaanderen) en Duitsland (vooral Noordrijn-Westfalen). In een steeds nadrukkelijker verstedelijkende wereld. Daarbij gaat het om het tot stand brengen van, citaat: “een driestaatsstad (Tristate-city) met een economische kracht die vergelijkbaar is met Tokyo Metropolis, Greater London en Los Angeles County’.) Geen brug gaat de auteur hier te ver bij het verkennen van de toekomstmogelijkheden van Nederland en ‘partners’. Ongebruikelijk en lovenswaardig. Ook onze eigen Zuid-Limburgse woon-werk- en leefomgeving wil zij met haar betoog veel steviger positioneren. In de relatie van Nederland met Noordrijn-Westfalen is er overigens al sprake van een stevige economische verbinding tussen beide landsdelen. Oorzaak: de gezamenlijke ligging in een der meest bloeiende deltaregio’s van de wereld. Erkenning aan beide zijden dat hier nog meer te halen valt is er, gezien de lopende intenties en projecten, evenzeer. En ook de Antwerpse en Rotterdamse havens beseffen dat ze ‘als major industrial area’ hun gemeenschappelijke kwalificatie ‘there where Europe begins’ van extra glans moeten voorzien. (Voor meer informatie over de Tristate-formule, zie: http://www.tristatecity.nl )

Met de voeten op de grond en de blik naar voren:
Té veel ‘bescheidenheid’ voor de positie van de grensregio’s, zoals in het recente regeerakkoord, brengt ons voor de komende overzienbare periode onvoldoende verder; té veel ‘hemelse beelden‘ zoals ons in de Tristate-redenering wordt voorgehouden evenmin. Citaat Frans Timmermans, december 2014: Opening Jaar van de Mijnen: “Nergens in Europa ligt dat succes meer voor het oprapen dan in de regio die grof gezegd de Benelux en NRW omvat. Wij staan vandaag in het hart van die regio. Poets de grenzen weg, en dat hart kan heel Europa van zuurstof voorzien”. Daar ligt  voor Limburg dus de urgentie voor het handelen met betrekking tot de Euregio, eerder dan bij het ontwikkelen van ‘ruimtelijke’ vergezichten; alhoewel een deugdelijke ‘stip op de horizon’ als een aansprekend ‘achtergrondscherm’ mag/moet er ook zijn. Urgentie voor de Euregio is des te meer aan de orde vanwege het beperkte resultaat en het lage tempo dat bij ‘het wegpoetsen van de grenzen’ in de afgelopen decennia kon worden gerealiseerd. ‘Wegduiken’ door hier de aandacht te verleggen naar een lange termijn-constructie à la Tristate-city helpt daarbij niet echt.

Bij de wens voor een prioritaire aanpak van de Euregioproblematiek worden we op onze wenken bediend. Analyses als de Atlas van Kansen voor Zuid-Limburg, Tongeren, Luik en Aken en het EU-rapport van 20 september jl.: Boosting Growth and Cohesion in EU Border Regions reiken ons daarbij inderdaad een heuse perspective changer aan. Recente analyses van het Planbureau voor de Leefomgeving (16-11-2017): Stedelijke regio’s als motoren van economische groei en van Limburg Economic Development (LED) To awake a sleeping giant Euregion Maas-Rhein en tevens het conceptrapport Naar een Euregionale grootstedelijke agglomeratie Maas-Rijn verdiepen daarnaast het besef dat we met onze positie ‘midden in Europa’ veel handiger en energieker moeten omgaan. Heel recent, op 15 maart jl. mogen we kennis nemen van de door Prof. Luc Soete aangeleverde aanbeveling voor het optuigen van Een Randstad in het Centrum van Europa in het kader van een door de burgemeesters/wethouders van de Maastricht, Sittard-Geleen en Heerlen, georganiseerde oriënterings-bijeenkomst op de Zuid-Limburgse toekomst. Ook in deze beschouwing krijgt het Euregionale samenwerkingsaspect ruime aandacht.

We zijn op projectenniveau overigens al best druk bezig met het aanspreken van het Euregionale ontwikkelingspotentieel: met het City Deal Eurolab-project, de ITEM-activiteiten, de inrichting van grensinfopunten en dito van Frans- en Duitstalig onderwijs, verbetering van de openbaar vervoersfaciliteiten en tal van andere projecten. U leest het goed: tal van andere projecten.

PS: in verbinding met het Boosting Growth-rapport zal zeker ook het door de burgerinitiatiefgroep ‘Waar een wil is, is geen grens’ – sinds kort omgevormd in de Stichting Geen Grens – ontwikkelde voorstel voor aanpassing van de EU-wetgeving ter versoepeling/oplossing van de grensproblematiek op een wezenlijk aantal punten in ‘Brussel’ ingebracht moeten worden. Ook een dergelijke wetsaanpassing levert een (veel) betere positionering van de Euregio’s op.

Den Haag aanspreken/tot de orde roepen
Met betrekking tot de positionering van de Euregio moet in ieder geval richting Den Haag ‘de buit’ nog binnen gehaald worden. In juli 2016 zag het rapport Mainports Voorbij van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur het licht. Met name de regio Eindhoven komt hier met zijn Brainport-activiteiten ‘uitbundig’ aan de orde als een van de belangrijke dragers van huidige en toekomstige welvaart. Daarentegen, de term grensregio komt in het rapport niet voor. Limburg/Zuid-Limburg krijgt in die context in het rapport geen aandacht; slechts één vermelding in een voetnoot. Deze blikvernauwing – buiten de Randstad is er slechts uitgesproken respect en aandacht voor de regio Eindhoven – nodigt binnen de in het rapport aangegeven context uit tot het eveneens expliciet aan de orde stellen van het bijzondere economische en sociaal-maatschappelijke groeipotentieel van onze Euregio Rijn-Maas. Zoals gezegd: exploitatie van deze ‘delfstof’ maakt ‘Nederland immers groter’. Dat besef is in Limburg sterk groeiend. In ‘Den Haag’ kennelijk nog (steeds) onvoldoende. Tijd voor boter bij de vis, via een amendement op de Mainports Voorbij-inhoud. Voor onze eigen Euregio zal een dergelijke status een stevig houvast bieden voor duiding (van onze positie) en actie in vele richtingen en domeinen

Toevoeging per datum 07-05-2018: Citaat recente brief (20-04-2018, kamerstuk 32.851, nr. 38) van Staatssecretaris Knops aan de Tweede Kamer over Grensoverschrijdende Samenwerking: “De hiervoor geschetste inzet van het kabinet wil ik allereerst verder uitwerken in intensieve afstemming en samenwerking met de grensregio’s en de buurlanden. Gelet op de (mede)verantwoordelijkheid van een aanzienlijk aantal collega-bewindslieden voor deze kabinetsinzet, is ook een productieve bestuurlijke en ambtelijke interdepartementale afstemming en samenwerking van wezenlijk belang. Met het oog hierop zal ik, in het verlengde van de vastgestelde portefeuilleverdeling binnen het cabinet, in goed overleg en samenwerking met mijn collega’s de noodzakelijke interdepartementale afstemming en samenwerking bevorderen en waar nodig initiëren. Door een gemeenschappelijke inspanning langs de hiervoor geschetste lijnen kan een stevige impuls worden gegeven aan zowel de economische groei en het innovatievermogen als de sociale en fysieke leefbaarheid van onze grensregio’s”.  Deze brief betekent goed nieuws voor de grensregio’s. ‘Den Haag’ toont met deze brief als het ware een ander gezicht. Verandering en daadkracht zijn in de voorliggende situatie gediend met een ter zake steekhoudende analyse. Een dergelijke analyse wordt met de aangesproken brief aangekondigd.

IBA Zuid-Limburg/Euregio en/of een (Economic) Development Board 2.0?
Het in 2011 uitgebrachte rapport Kompas voor Samenwerking met als doelgebied Zuid-Limburg heeft tot nu toe, slechts via een omweg met name via een ‘buitenboordmotor’ met een hoog utiliteitsgehalte, te weten Limburg Economic Development, herkenbaar resultaat weten te bereiken. Het lijkt er op dat ook deze formule door de recent herziene insteek van een aantal ‘stakeholders’ aan het eind van zijn latijn is. In de steigers staat inmiddels een nieuwe samenwerkingsformule tussen de steden Maastricht, Sittard-Geleen en Heerlen en alle gemeenten daar tussen in en er om heen. De eerder vermelde bijeenkomst van burgemeesters/wethouders, enz. op 15 maart jl. geeft aan dat er aan deze te hernieuwen samenwerkingsformule hard gewerkt wordt. Het simpele feit dat, ruim 6 jaar nadat de wilsverklaring ‘Kompas voor Samenwerking’ het licht zag, dit rapport en soort vervolg kreeg in oktober 2015 onder de titel ‘Koers houden! Van groei, via krimp naar bloei’ en onlangs weer werd opgevolgd door een BMC-advies met zo ongeveer dezelfde aanbevelingen, toont aan dat er voor de toekomst uit een ander vaatje getapt moet worden. Nieuwe start, nieuwe kansen, maar dat vergt, teneinde aan de huidige versnippering in het gemeentelijke bestuur en beleid voorbij te geraken, dan wel een extra beademing van dit project. Bij deze enkele ideeën voor het hieraan geven van inhoud. De suggestie voor het inrichten van een Zuid-Limburg brede IBA-achtige (organisatorische) aanpak, dan wel voor het inrichten van een (Economic) Development Board 2.0? Echter, er is een maar. Voorbeeld Basel; vanaf dag 1 toen Basel in het jaar 2013 – het project loopt tot 2020 – de IBA-formule omarmde werd dit een “Dreiländerprojekt”. De Franse en Duitse buren werden er meteen bij betrokken. Een IBA-Zuid-Limburg moet dus voorzien worden van een dubbele agenda. Hoe verder te gaan met de herinrichting van de samenwerking tussen (alle) gemeenten in Zuid-Limburg, ook in de relatie met Midden- en Noord-Limburg en o.a. Brainport Brabant (route 1) en – route 2 – hoe om te gaan met het reanimeren van de betrekkingen met de Belgische en Duitse buren? Met als doelstelling het, via praktisch intelligent en energiek aanspreken van de kansen voor meer sociaal-maatschappelijke en economische grensoverschrijdende samenhang met onze Ooster- en Zuiderburen, binnenhalen van meer welvaart en welzijn. Derhalve het expliciet aan de orde stellen van dit aspect, in wat voor organisatorische formule dan ook, voor het bereiken van meer samenhorigheid in de Zuid-Limburgse bestuurlijke ‘samenleving’. Aan de ratio achter een Economic Development Board 2.0 wordt nader aandacht besteed in een aparte bijlage 2 die terug te lezen is op de website van de Stichting Geen Grens: www.geengrens.eu En laten we bij de overwegingen voor het installeren van meer institutionele daadkracht ook de conventieformule niet vergeten die bij het mobiliseren van aandacht en actie voor het project Culturele Hoofdstad 2018 zo succesvol was.

Bijlage 1: het grote verhaal
Met betrekking tot dit aspect zou als werktitel kunnen gelden: Het aanspreken van de potentie van de Euregio maakt Limburg en Nederland groter en de EU sterker.
Componenten voor een menukeuze:
Waar Europa in ‘Den Haag’ vooral in verbinding wordt gebracht met de interne Europese markt en de Europese politieke en economische unie is Europa voor Limburg veeleer een manier van samenleven met onze buren. Dat moet duidelijk aan het licht komen;
Boek Lejeune: Land zonder Grenzen (1958). Toen al kondigden de burgemeesters van Aken, Luik en Maastricht in het voorwoord van dat boek aan dat er meer Euregionale
samenwerking dringend aan de orde was. In de 13e eeuw vormden Luik, Aken en Maastricht hét culturele en economische centrum van Europa. Tijd voor een analyse Lejeune 2.0? De aanmaak van een kompas voor Euregionale samenwerking?;
Aansprekende profilering kiezen/claimen: PEBA (Promising Extended Business Area) en/of;
Ambitieus strategisch oriëntatiepunt creëren: het Verenigde Euregionale
Collectief (VEC
);
-Duidelijke positionering bewerkstelligen: centraal gelegen Euregio versus de perifeer
gelegen Randstad. In de Mainports Voorbij-strategie van de overheid, naast de regio
Eindhoven eveneens de Euregio’s Rijn-Maas inbouwen als specifiek aandachtsveld;
Het inzetten op de komst van een ‘nieuw burgerdom’; met lessen over euregionaliteit
die al op de lagere school beginnen en/of het inrichten van een Educatief Informatie
Centrum over de Euregio (voorbeeld Rotterdam, waar het aldaar actieve
informatiecentrum 20.000 scholieren per jaar wegwijs maakt over het wel en wee van het havencomplex en over Rotterdam als havenstad);
Leader firm-status voor Limburg in de aangelegenheid Euregio claimen en optuigen (een ‘leader firm’ is als ‘prime mover/early adopter’ een voorbeeld voor anderen: zoals ze het daar aanpakken zouden wij het ook moeten doen);
Ligging midden in Europa als bindmiddel en als delfstof duiden en de Euregionalisering van Limburg als doel op zich en als middel voor een nieuw soort Europa inzetten; de Euregio als reddingsboei en als uithangbord. Ook voor het versterken van de Groot-Europese gedachte.
Aansturen op een status aparte à la offshore sector voor onze Euregio als proefregio;
Dominante trends: globalisering en verstedelijking uitspelen. Onze Euregio als (toekomstige) polycentrische internationale stad met metropoolregio-ambities profileren; –Internationale uitstraling: we maken van (Zuid-)Limburg het Basel/Luxemburg van Nederland;
Coalitieakkoord van de provincie duidelijk neerzetten als een hoogtepunt van
heroriëntatie op de Euregio, als een belangrijke steun in de rug; bij nul hoeven we niet
meer te beginnen, energieke doorontwikkeling is evenwel dringend aan de orde.
Zuid-Limburg: Een Randstad in het centrum van Europa (idee geleend van Luc Soete)

Bijlage 2: De ratio achter een (Economic) Development Board 2.0. Een aantal voordelen/kenmerken van een dergelijke ‘buitenboordmotor’ op een rij
*Een niet van de stem van de kiezer afhankelijk instituut als een Economic Development Board kan eerlijk zijn over de geldende omstandigheden, sterker nog die ‘eerlijkheid’ blijkt een van de bruikbaarste kwaliteiten van zo’n instituut. In het politieke domein kost ‘eerlijk duiden’ vele malen  meer energie omdat een opvatting/analyse van een politieke groepering nu eenmaal eerst operationeel kan worden wanneer de andere politieke partijen van het nut daarvan overtuigd (kunnen) worden. In de regel een lastige opgave, met water-bij-de-wijn oplossingen als gemiddeld resultaat. Snelle wereld, langzame democratie? Reden te meer om ook voor Zuid-Limburg serieus na te denken over de inrichting van een Economic Development Board Zuid-Limburg. ‘Geen
helderder zelfinzicht dan dat verkregen door de ogen van een ander’ (Citaat: Frans Timmermans, Volkskrant 13-07-2011);
*De economie wordt grotendeels elders, buiten het overheidsapparaat gemaakt en dat ‘elders’ komt  binnen een geïnstitutionaliseerde structuur van een Economic Development Board met haar mening en opvattingen (over de situatie en de rol van de overheid daarbij) ook aan bod, resp. dat ‘elders’ wordt daartoe uitgedaagd; het domein economie krijgt hiermee de extra aandacht, die het verdient;
* De beademing van het bestuurlijke systeem krijgt vorm en inhoud. Hoe werkt die beademing? De bestuurscolleges nemen het bedrijfsleven serieus en spreken daarmee een aantal zaken af: onderzoek naar aanpassing van het beleid, het maken van bepaalde analyses, enz. De bestuurscolleges worden op die manier ook tekst en uitleg verschuldigd aan derden, anderen derhalve dan uitsluitend de gemeenteraad en de provinciale staten. Die zullen dit extra engagement van hun bestuurscolleges moeten accepteren, waarbij de gemeenteraad overigens gewoon eindverantwoordelijk blijft. De ‘conventionele conditionering’, vooral met betrekking tot de besluitvorming van het gemeentelijk en provinciaal besturen, wordt hiermee evenwel doorbroken
of op zijn minst opgerekt;
*Wanneer de Duitse oud-minister Eichel gelijk had met zijn uitspraak: ’die politische Weitsicht reicht so lange wie die Wahlperiode lang ist’ dan kan met de Economic Development Board-formule ook het lange termijn denken zeker gesteld worden en kan er bovendien eerlijker geformuleerd worden waar het op staat. De kiezer staat hier immers buiten spel, de burger niet. Die zou hier ‘bottom-up’kunnen meepraten;
*De introductie van een regionale Economic Development Board zal voor een hogere kwaliteit van het frontlijnbestuur bij gemeenten en provincie kunnen zorgen. Het ‘generieke’ (economische) beleid wordt voortaan immers met inspraak van het bedrijfsleven opgetuigd zodat er meer aandacht en ruimte voor de (economische) frontlijn – vergunningenbeleid, co-productie van
projecten, enz. – kan ontstaan.

 

Bijlage: aanbiedingsbrief

22 maart 2018

Zeer geachte dames/heren, Griffiers van de Gemeenteraden in de Nederlandse provincie Limburg,

In het licht van de – na de zeer recente gemeentelijke verkiezingen –  thans intredende periode van coalitie-onderhandelingen en coalitievorming wenden wij ons tot u met het vriendelijke verzoek dit bericht met bijlagen door te willen leiden naar de bij de coalitie-onderhandelingen betrokken partijen binnen uw Raad, opdat in het kader van hun beraad over het vast te stellen toekomstige gemeentelijke beleid ook de niet te overschatten relevantie wordt meegewogen van euregionale, grensoverschrijdende samenwerking. Ter toelichting moge het volgende dienen.:

Vooreerst hebben Provinciale Staten van Limburg na de provinciale verkiezingen van 2015 in het toen gesloten coalitieakkoord een forse, positieveherziening doorgevoerd inzake het te voeren Euregionale beleid. Eerder hebben we dit akkoord daarom als een hoogtepunt van heroriëntatie op de Euregio beoordeeld.  Doch met de uitgesproken aandacht voor de Euregio bij de Provincie alleen kan natuurlijk niet worden volstaan. Deswege mag worden verwacht dat ook de gemeentelijke overheden dit beleid actief zullen ondersteunen, aanvullen en completeren.

Met het in september 2017 door de Europese Commissie naar voren gebrachte rapport “Overcoming cross border obstacles to boost growth in borderregions”  vraagt ook de EU op opmerkelijke wijze aandacht voor het (economische) groeipotentieel dat in de vele Europese Euregio’s – met in totaal om en nabij zo’n 150 miljoen bewoners – in potentie aanwezig is. Zeker voor de typische situatie, met zowel Ooster- als Zuiderburen, waarin (Zuid-)Limburg zich bevindt, geldt dit rapport als een heuse aanmoediging voor het besteden van meer aandacht aan de doorontwikkeling van de Euregio. En ook hier kan de inzet van gemeentelijke zijde niet worden gemist.

De actualiteit van het thema van de beleidsmatige en organisatorische aansturing van het economische en sociaal-maatschappelijke werkveld wordt  nog aangescherpt door het overleg dat op dit moment loopt over de ‘herziening/opwaardering’ van de manier waarop de betrokken (Zuid-)Limburgs actoren hierin hun rol moeten spelen. Hierbij kan worden gedacht aan de huidige discussie over de vraag hoe verder te gaan met de hier thans actieve LED-constructie en anderszins. Ook in deze context dient zich een praktisch intelligente en daadkrachtige inbedding van het thema `Euregionalisering’ aan als zeer gewenst, bij welke te kiezen (nieuwe) organisatorische constructie dan ook.

Als Burgerinitiatiefgroep “Waar een wil is, is geen grens” hebben we in 2015 de gemeentelijke, grensoverschrijdende samenwerkingen geïnventariseerd. Onze bevindingen, aangevuld met het naar ons oordeel ideaaltype van lokale samenwerkingsverbanden en met mogelijke concrete acties, hebben we bij brief van 9 november 2015 teruggekoppeld; deze brief (4 pagina’s omvattende) bieden wij u hierbij graag aan, omdat de inhoud daarvan u mogelijk te stade kan komen.  (Bijlage in dit document niet bijgevoegd!)

Onze Burgerinitiatiefgroep  is recentelijk getransformeerd in de “Stichting Geen Grens”. Dat is voor ons aanleiding geweest voor het aanmaken van een momentopname aangaande de ‘Euregionale stand van zaken’ en dito met betrekking tot een in deze context op te stellen visie voor de toekomst.

In deze analyse worden de grote lijnen aan de orde gesteld, waarlangs de Euregio zich ons inziens verder zou kunnen ontwikkelen. (Het is zeker geen inventarisatie van wenselijke projecten op het niveau van onder andere de wenselijke aanpassing van de ‘op de werkvloer’ geldende regel- en wetgeving.  Eerder gaat hem om het nader duiden van de bredere omgevingssituatie die hiervoor dient te ontstaan en over de manier waarop hiermee ‘georganiseerd/geïnstitutionaliseerd’ ware om te gaan).

We menen er goed aan te doen u ook van deze analyse niet onkundig te laten, en mogen u daarvoor verwijzen naar navolgende bijlage. Ook te lezen via onze website: https://www.geengrens.eu/docum/4xP-Zuid-Limburg-en-de-Euregio–180319.pdf. Mogelijk dat deze analyse tot een raamwerk voor brede discussie zal uitgroeien. Doch wat daar verder ook van zij, ook hier is een toenemend  engagement van de gemeenten zeer gewenst. Wij hopen (en vertrouwen) van harte dat u na lezing van onze ‘inventarisatie’ daar ook zo over denkt.

Tenslotte zeggen we u reeds bij voorbaat dank voor de aandacht die u aan het thema euregionale/grensoverschrijdende samenwerking zult besteden en wensen we u alle succes toe met al uw toekomstige, het belang van uw gemeente en haar inwoners, regarderende activiteiten.

Met vriendelijke groet,

Namens de Stichting Geen Grens,
drs. Fernand Jadoul, voorzitter.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties