De volgende verkiezingsronde Provinciale Staten is niet meer ver weg; 20 maart a.s. is het zo ver. Wanneer we het thema doorontwikkeling van de Euregio in gedachten nemen dan mogen we aan het uit deze verkiezingen voortvloeiende Coalitieakkoord 2019-2023 hoge verwachtingen stellen. Waarom is dat zo? Omdat het lopende akkoord 2015-2019, direct na het inwerking treden daarvan zich al liet duiden als een hoogtepunt van heroriëntatie op de economische en sociaal-maatschappelijke groei- en verbeterpotenties via een intensievere Euregionale samenwerking. In de afgelopen jaren is er inmiddels zo veel op gang gekomen dat er met betrekking tot het verder doen opbloeien van de Euregio, via het na de PS-verkiezingen nieuw af te sluiten coalitieakkoord, best nog wel een paar tandjes bijgezet moeten worden. Een extra reden daarvoor vormt het in de gemeentelijke coalitieakkoorden neergelegde resultaat van de recente gemeentelijke verkiezingen. Op één grote gemeente na, Maastricht en een paar kleinere, zoals Vaals en Kerkrade, wordt er aan de euregionale dimensie nauwelijks aandacht besteed. Opmerkelijk en treurig voor een regio met een dominant aantal grenskilometers en dito geschiedenis met de buurlanden. Wanneer veruit de meeste gemeentebesturen zich al niet committeren aan dit onderwerp, wat mogen we dan van hun inwoners verwachten? Het provinciale bestuur – wie anders? – zal op dit mankerende gemeentelijk beleid moeten inspelen.

Anderszins laat de situatie waarin Zuid-Limburg zich op dit moment bevindt duiden als heel bijzonder. We hebben het dan over de ‘situationele positie’ van Zuid-Limburg en de Euregio Maas-Rijn in een totaal veranderde ’nieuwe wereld’. Met een beetje fantasie zou je kunnen veronderstellen dat onze regio in het centrum van die nieuwe wereld ligt. Dat schept kansen voor het heden en voor de toekomst van het betrokken gebied, maar ook de noodzaak om te onderkennen wat hier speelt en de moed en de vaardigheden om daar iets moois van te maken. O.a. burgemeester Annemarie Penn-te Strake, met haar Tristate-enscenering in De Volkskrant en Frans Timmermans, met zijn al wat oudere toespraak tijdens de opening van het jaar van de mijnen, tonen zich prominente adepten van een dergelijke visie. Timmermans: “Nergens in Europa ligt dat succes meer voor het oprapen dan in de regio die grof gezegd de Benelux en NRW omvat. Wij staan vandaag in het hart van die regio. Poets de grenzen weg en dat hart kan heel Europa van zuurstof voorzien”

Dat de tijd rijp is voor een meer solide en efficiëntere aanpak van de verdere ontginning van de delfstof, die de ligging van onze regio ‘midden in de wereld ’ met zich meebrengt, laat zich eveneens afleiden uit een aantal als hoogwaardig te kwalificeren acties en plannen uit het recente verleden. Al deze opmerkelijke initiatieven zullen de Provinciale Staten hopelijk extra motiveren voor een opschaling van hun inspanningen met betrekking tot de doorontwikkeling van de Euregio. De provinciale handen zullen daarvoor nu echt uit de mouwen moeten. Een herbezinning op de taak van de Provincie, vooral ook in organisatorische zin, verdient daarbij de volle aandacht. Onderstaande opsomming van genoemde activiteiten maakt dit nog eens extra duidelijk. Vele actoren, die met veel projecten en ideeën nog al eens ruimhartig om zich heen slaan, verdienen meer aansturing en de inzet van meer meedenkend en verbindend vermogen, met in hoofdzaak de Provincie als voornaamste leverancier daarvan.

Een lijst van zich recent profilerende protagonisten:

Het eind 2017 door de EU/Brussel gepubliceerde rapport Border Regions: Measures to boost Growth and Jobs.150 miljoen, 1/3 van het totale aantal EU-burgers, wonen in grensregio’s. Het Boosting Borders beleidsdocument benoemt een tiental actievelden, van ‘support cross border employment’en ‘provide reliable and understandable information’ tot  ‘assistance tot promote border multilingualism’voor verbetering van de daadkracht van de Euregio’s. Al een relatief kleine opheffing van de grensbelemmeringen leidt tot behoorlijk wat economische groei en meer banen.

Voor (Zuid-)Limburg krijgt deze opschaling van het belang van de grensregio’s in het beleid van de EU, eveneens eind 2017, nader handen en voeten door een ontwerpvisie met betrekking tot de toekomst van Limburg als onderdeel van een grotere polycentrische internationale agglomeratie. Titel: Naar een Euregionale grootstedelijke agglomeratie Maas-Rijn. Auteurs: een tweetal in Limburg bekende ‘managers’ Jos Schneiders en Wim Weijnen, met de hulp van adviesbureau McKinsey en, toen nog, in de setting van Limburg Economic Development (LED). Het betreffende rapport geeft op overtuigende wijze voeding aan de ambitie om met de potentie, die de Euregio te bieden heeft voor (veel) meer economische en sociaal-maatschappelijke groei, nu echt ‘grootmoedig’ in de weer te gaan en doet daarvoor een aantal aanbevelingen.

De onlangs bekend geworden ‘Haagse explicitering’ van het beleid aangaande de grensregio’s. Ook in Den Haag heeft men, getuige het hierna aangehaalde citaat, inmiddels begrepen dat een degelijk georganiseerde insteek onmisbaar is om in het grensoverschrijdende domein trefzeker te kunnen opereren.Citaat brief 20 april 2018 van Staatssecretaris Knops aan de Tweede Kamer over Grensoverschrijdende Samenwerking: “De hiervoor geschetste inzet van het kabinet wil ik allereerst verder uitwerken in intensieve afstemming en samenwerking met de grensregio’s en de buurlanden. Gelet op de (mede)verantwoordelijkheid van een aanzienlijk aantal collega-bewindslieden voor deze kabinetsinzet, is ook een productieve bestuurlijke en ambtelijke interdepartementale afstemming en samenwerking van wezenlijk belang. Met het oog hierop zal ik, in het verlengde van de vastgestelde portefeuilleverdeling binnen het cabinet, in goed overleg en samenwerking met mijn collega’s de noodzakelijke interdepartementale afstemming en samenwerking bevorderen en waar nodig initiëren. Door een gemeenschappelijke inspanning langs de hiervoor geschetste lijnen kan een stevige impuls worden gegeven aan zowel de economische groei en het innovatievermogen als de sociale en fysieke leefbaarheid van onze grensregio’s”.Sic!: het staat er allemaal letterlijk. Hoogst interessante brief overigens. Opmerkelijk hier is dat Den Haag niet alleen kleur bekend met betrekking tot het belang van de doorontwikkeling van de grensregio’s, maar dat men ook bereid is hiervoor de betrokken departementen organisatorisch ‘op te schudden’.

Het begin 2018 gepubliceerde ruim 40 pagina’s dikke eindverslag met tal van praktische aanbevelingen van het inmiddels afgeronde City Deal Eurolab project. Opgezet als een der door Agenda Stad opgezette 11 Nederlandse City Deal projecten alle met de opdracht: het versterken van groei, innovatie en leefbaarheid in Nederlandse steden, met daarbij passende verschillende thema’s zoals het analyseren van de in en outs van de binnenstadvan de toekomst, het bewerkstelligen van de inclusieve staden het aan Zuid-Limburg toebedeelde Eurolab-project: grensoverschrijdend werken en ondernemen. Dit laatste project is tot stand gekomen op basis van de samenwerking van de drie kerngemeenten in Zuid-Limburg (Heerlen, Sittard-Geleen en Maastricht), afgesloten met vier ministeries (BZK, EZ, OCW & SZW), en bovendien actief ondersteund door de Provincie Limburg, Limburg Economic Development (LED), de Brightlands Campussen en de Universiteit Maastricht. De Duitse en Belgische steden Aken, Luik en Hasselt hebben hun steun uitgesproken voor grensoverschrijdende samenwerking binnen het kader van Eurolab. Dit Eurolab-project is dus het enige City Deal-project dat de versterking van de onderlinge band tussen de grensregio’s tot onderwerp heeft. Het kan als een (vorm van) een vervolg worden gezien op de eerder door de Provincie Limburg geïnitieerde analyse: het Actieplan Grensoverschrijdend Leren en Werken 2016-2019 en de door het landelijke actieteam Grensoverschrijdende Economie en Arbeid – met gedeputeerde Beurskens als lid namens de provincie Limburg – begin 2017 gepresenteerderapportGrenzen slechten, regio’s verbinden, mensen bewegen.

Het Strategisch actieplan Zuid-Limburgvan februari 2018, auteur prof. Luc Soete. Opgetekend uit de samenvatting: Zuid-Limburg is vanuit Den Haag bekeken, een randstad; juist zoals de Randstad vanuit Zuid-Limburg bekeken een randstad is. Zoals de Randstad is Zuid-Limburg ook een sterk verstedelijkt gebied met een hoogwaardig, driedimensionaal “groen hart”. Met zijn 6 km binnenlandse en 220 km buitenlandse grens is Zuid-Limburg echter ook gelegen in het centrum van Europa. De afgelopen vijf jaar is deze Randstad Zuid-Limburg uitgegroeid tot een sterke economische groeiregio in Nederland waar zich een significante structuurversterking heeft voorgedaan.Met Øresund en de regio Basel-Mulhouse is Zuid-Limburg één van de weinige grensregio’s waar de economie aan de landsgrenzen niet of nauwelijks is verschraald. Daarbij heeft de bereidheid om over de nabijgelegen grens te kijken een belangrijke rol gespeeld. Die grens vormt echter op heel wat gebieden (regelgeving, bereikbaarheid, taal) nog steeds een barrière in het realiserenvan economische dynamiek en werkgelegenheid.Dit plan is inmiddels omarmd door de opvolger van LED (Limburg Economic Development) de ESZL-organisatie (Economische Samenwerking Zuid-Limburg) van de drie Zuid-Limburgse steden Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht.

Het door de Stichting Geen Grens – de opvolger van de burgerinitiatiefgroep ‘Waar een wil is, is geen grens’- aangemaakte 4 x P startdocument. Perceptie, waar staan we met de Euregio, of waar denken we dat we staan;Projectie, waar willen we heen met de Euregio?; Proces,hoe komen we daar? En positionering, hoe presenteren we de Euregio en hoe krijgt deze de noodzakelijke verankering in het beleid van de betrokken partners/actoren en in het brein van de (observerende) burger?Het document schept een helder beeld van de situatie waarin Euregionaal Limburg zich op dit moment bevindt en van de voor de (nabije) toekomst te klaren klussen. Daarnaast is er nog de recent verzonden oproep aan de Provinciale Statenleden onder de titel ‘Grensprovincies maken Nederland groter en sterker in Europa’met een fors aantal suggesties voor aanpassing van de regelgeving/omstandigheden voor een effectievere grensoverschrijdenden samenwerking en voor het losmaken van meer animo voor het aanspreken van de potentie die de Euregio voor de economische en maatschappelijke toekomst van (Zuid-)Limburg heeft. ‘De Stichting Geen Grens’ spreekt met haar oproep in de eerste plaats Provinciale Staten aan. Logisch omdat de Provincie grote, vermoedelijk wel de grootste, invloed heeft op de kwaliteit en aanpassing van deze voor de verdere ontwikkeling van de Euregio toepasselijke regelgeving en omstandigheden.

De gemeente Maastricht, met 2 opmerkelijke acties: de hiervoor vermelde en door burgemeester Penn-te Strake in de aandacht aanbevolen Tristate-benadering en de herpositionering van de stad Maastricht als Europastad.Kort en goed, door Nordrhein- Westfalen, de Vlaamse Ruit en de Randstad als een groot ‘werkgebied’ te beschouwen kan dit landsdeel van Europa de allure krijgen van bijvoorbeeld een Greater London, Tokio, Los Angeles, enz. Met zo ongeveer in het centrum van dit gebied (Zuid-)Limburg en omstreken. Groot denken en doen derhalve. Een eerste stap zet Maastricht inmiddels met zijn Coalitieakkoord volgend op de recente gemeentelijke verkiezingen. Daarin wordt de positie van Maastricht als Europastad, gezien het daarvoor opgetuigde actieprogramma, breed en geloofwaardig uitgespeeld. Opmerkelijk feit: in het coalitieakkoord van Maastricht valt de term grensregio/euregio/euregionaal liefst 30 maal en in de akkoorden van Sittard-Geleen en Heerlen nauwelijks.

Tenslotte, heel recent – in oktober 2018  – komt er het kersverse Profielplan Stedelijke Cultuurregio Zuid op tafel, met daarin tevens veel  aandacht voor de Euregionale coulisse die met name ook in het cultuurdomein meespeelt. Met het rapport, geïnitieerd door de gemeenten Heerlen, Sittard-Geleen en Maastricht in samenwerking met de Provincie Limburg, krijgt de Raad voor de Leefomgeving nu als het ware formeel en alsnog zijn zin. Citaat uit het rapport : ‘Toekomst van het Ruimtelijk Beleid’ van 8 juni 2011 (!): ‘De raad wil nadrukkelijk waarschuwen voor een te smalle invulling van het begrip ‘economie’: alleen gericht op de korte termijn, op economische topgebieden en op bereikbaarheid. Op de lange termijn zijn ook andere ruimtelijke aspecten van groot belang voor concurrentiekracht, economische groei en een goed (internationaal) vestigingsklimaat. De landschappelijke component van de stedelijke omgeving is eveneens cruciaal. Ook economie en cultuur versterken elkaar: cultuur en cultureel erfgoed kunnen fungeren als motor voor economische ontwikkeling. Landschappelijk erfgoed is van belang voor een concurrerende regio’. Volgend rapport: het beter en consequent uitspelen van het aspect landschappelijk erfgoed, o.a. door een op dit punt specifieke upgrade van het inmiddels al jaren lopende omvangrijke Drielandenpark-project (LP3LP)?

PM. Nog een aantal vermeldenswaardige activiteiten die recentelijk een specifieke rol speelden in de grensregio-arena: het universitair onderzoekinstituut ITEM, de opwaardering van de organisatie van de Euregio Maas-Rijn naar een EGTS-status (Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking), dito de opwaardering van de grensinformatiepunten (zie o.a. de elders aangehaalde brief van Knops aan de Tweede Kamer) en herhaalde uitingen van diverse partijen met name in Bundesland Nordrhein-Westfalen voor (nog) meer economische en sociaal maatschappelijke samenwerking met buurland Nederland. In de eerder vermelde Knops-brief wordt, naast vele andere relevante thema’s, melding gemaakt van een actieakkoord tussen ‘Den Haag’ en Nordrhein-Westfalen waarin, specifiek ter verlichting/beslechting van de grensbarrières, 4 prioritaire actiepunten worden benoemd: arbeidsmarkt,  onderwijs (o.a. buurtalenkennis en diploma-erkenning),  mobiliteit en veiligheid. Recent voorstel: bovendien inzetten op de komst van een ‘Europa-Universiteit in een Duits-Nederlandse grensstreek. (Op basis idee van de EU ter bevordering van het Europese belevingsgevoel). 19 sept. jl. informeerde staatssecretaris Knops, via een zogenaamde governance-rapportage de Tweede Kamer bovendien over de stand van zaken met betrekking tot het al een aantal jaren lopende grensoverschrijdende samenwerkingsproject (GROS): ook hier veel aandacht voor de relatie van Nederland met NRW v.v. ‘Den Haag’ en ‘Düsseldorf’ laten zich met dit alles van hun beste kant laten zien.

Door de bomen het bos blijven zien.

Deze zich vooral in het laatste jaar massief presenterende dadendrang met betrekking tot het toekomstige wel en wee van de grensregio’s roept de vraag op hoe zo zinvol en efficiënt mogelijk om te gaan met deze (over-)vloed aan initiatieven en ideeën. Bij de onder meer door de Stichting Geen Grens hiervoor vermelde aanspraken en verlangens landen deze rechtstreeks op de bureaus van de het Provinciale Bestuursapparaat. Bij vele van de door andere actoren geuite wensen en ideeën zal dat, zoal niet rechtsreeks, in ieder geval indirect ook het geval zijn. Dat heeft of met geldende, dan wel aan te passen regelgeving te maken, of met de vele ‘maatschappelijk omstandigheden’ waarbij ook de rol van de Provinciale overheid in het spel is. Situationeel komt de Provincie dus nagenoeg bij elk met betrekking tot de Euregio spelend initiatief in beeld. Vraag dus hoe gaat de Provincie Limburg daar via zijn nieuw op te stellen Coalitieakkoord 2019-2023 mee om? Zowel als directe of indirecte mandaathouder? Ziet de Provincie hier in organisatorisch opzicht een nieuwe verantwoordelijkheid op zich afkomen? We mogen het hopen.

Meespelende ‘situatie-duidende’ aspecten :
In deze context spelen bovendien nog een aantal bijzondere omstandigheden die evenzeer om een verhoogde inzet en betrokkenheid van het Provinciale bestuur vragen. Waaronder:
*Het losweken van een hogere graad van Euregionaal commitment bij de buren; inzetten dus op ‘new connectivity’ met deze buren. De Euregio Maas-Rijn-formule en vermoedelijk ook de opvolging daarvan (EGTS) vragen daarbij om forse ondersteuning van de grenslandelijke mandaathouders, die elkaar op die verantwoordelijkheid ook moeten aanspreken. De Euregionale maatschappelijk omgeving in (Zuid-)Limburg heeft daarvoor een steun en toeverlaat ‘ter plekke’ nodig. De EGTS-organisatie ‘om de hoek’ is alleen al daarom vermoedelijk te ver weg. Bovendien ontplooien zich steeds meer ‘grensinitiatieven’ buiten de directe invloed van de EGTS-organisatie om. Het City Deal Eurolab-project is daarvan een sprekend voorbeeld.
*Het naar boven bijstellen van het ambitieniveau voor de Euregio: de status van ‘leader firm’ claimen? Is zo logisch als het maar zijn kan door de bijzondere situatie waarin Zuid-Limburg zich met zijn ligging in een meest doorontwikkelde gebieden van de wereld bevindt. Deze profilering zal er toe leiden dat het bestuurlijk zelfvertrouwen van Limburg kan toenemen. Functionele ambitie dus.
*Het bewerkstelligen van een (veel) hogere graad van zichtbaarheidmet betrekking tot hetgeen er Euregionaal speelt, al bereikt is en nog op de verlanglijst staat. Tot nu toe wordt hier ook door de provincie suboptimaal geopereerd omdat de Euregionale takenpakket verdeeld is onder alle gedeputeerden. Daar moet een ‘organisatorisch lint’ omheen.
*Het verhoging van het assertiviteitsniveau van het Provinciale Bestuur. Assertiviteit: adequaat reageren op zich aandienende omstandigheden. De assertiviteitsfactor speelt in de huidige situatie van het sterk toenemend aantal voorstellen voor oplossing van de door de grenzen veroorzaakte problemen een in importantie toenemende rol. Wie houdt er in de gaten wat er allemaal speelt, waar liggen potentiele verbindingen en overlappingen tussen de verschillende projecten, hoe kunnen ze elkaar versterken, enz.? Een en ander vereist het opvoeren van het inzicht in hetgeen er allemaal gebeurt en dito van het vermogen tot bijsturing. Naast dit minutieus reageren en omgaan met een veelheid van ‘progressievoorstellen’ in het dagelijkse werkterrein is er sprake van zwaardere klussen. Enkele voorbeelden:
*In het verre verleden, het laten verdwijnen van het Duits en Frans uit het verplichte takenpakket (Mammoetwet), zonder opstand daartegen. Het ontbreken van voldoende buurtalenkennis heeft onze Euregionale ambities deels lam gelegd;
*Na het sluiten van de mijnen, fixatie op Den Haag; verwaarlozing gedurende een lange periode van de relaties met de buurland-regio’s;
*Enkele jaren geleden: het niet reageren op het Mainports Voorbij rapport, waarbij de regio Eindhoven met de hoofdprijs er vandoor gaat en de economische potentie van de grensregio Maas-Rijn volledig buiten beeld blijft. Geen enkel protest daartegen via het indienen van ‘een claim’ voor tevens expliciete aandacht voor het grote groeipotentieel van de Grensregio (Zuid-)Limburg;
*Recent: het statement van staatssecretaris Knops over de Haagse politiek met betrekking tot de grensregio’s en de daarvoor in gang gezette herordening van de functionaliteit van het Haagse regeringscircuit. Deze bestuurlijke Haagse ommezwaai zou een referentie moeten zijn voor de manier waarop ook de Limburgse Provinciale Staten hun bestuursfunctie in dit domein effectiever en vooral ook aansprekender gaan ordenen. Wie heeft e.e.a. in Limburg daartoe al echt aangespoord?

Organisatorische/institutionele kracht Provinciale Staten opvoeren.
Het moge duidelijk zijn: voorgaande analyse roept de expliciete en legitieme vraag op of de Provinciale Staten Limburg op dit moment organisatorisch nog in staat zijn om efficiënt in te blijven spelen op al datgene wat Euregionaal op hun weg komt? Het stellen van deze vraag is eigenlijk ook al meteen het antwoord daarop.

Navolgend een schets van de organisatorische lay-out op provincieniveau voor een, naar onze mening, nògdaadkrachtigere aanpak van de kansen die de doorontwikkeling van de Euregio te bieden heeft. Daarbij komen nogal wat nader in te vullen functies in beeld. Met de daarmee verbonden activiteiten die als belangrijk bijproduct ook het zo zeer gewenste contact ‘met de samenleving’ meer handen en voeten zullen geven:
*Signaleringsfunctie: het tijdig onderkennen van trends en het ontwikkelen van daaraan te koppelen inzichten en beleidsadviezen;
*Sparring partner-functie: het functioneren als actieve gesprekspartner voor de vele andere actoren die zich in dit werkveld bewegen;
*Katalysatorfunctie: het naar boven halen van relevante meningen en duidingen en het richting geven aan en veralgemenen van denkprocessen daaromtrent;
*Inspiratie-/aanjaagfunctie: het op gang brengen van wenselijke activiteiten;
*Overkoepelingsfunctie: het realiseren van gemeenschappelijk beleid en installeren van herkenbare netwerken en het zo veel mogelijk verenigen van groeps- en collectieve belangen enz.;
*Promotiefunctie: het promoten en verder ontwikkelen van de Euregio als een der meest aansprekende in heel Europa. Lichtend voorbeeld:de Grande Région Luxemburg die, mede  door een uitgebreide (buur-)talenkennis een veel hoger niveau van internationaliteit kent.

Voor het vervullen van deze, en eventueel nog toe te voegen functies, is een herkenbare organisatorische inpassing/inkadering noodzakelijk. Voor een dergelijke inkadering dienen zich, naar onze inschatting, in de ‘eigen’ Limburgse omgeving, naast de Provincie, geen andere actoren/instituten aan die voor deze opgave voldoende beschikbaar/gekwalificeerd zijn. (Hooguit de ‘conventieformule’ die werd gebruikt in het Culturele Hoofdstad 2018-project zou wellicht als alternatief in aanmerking kunnen komen).  Op provincieniveau zou al een begin gemaakt kunnen worden door de taak, de coördinatie en de eindverantwoordelijkheid voor het Euregio-dossier in één portefeuille onder te brengen. Het aspect ‘coördinatie’ speelt hierbij een dominante rol, omdat het zeker ook het op elkaar afstemmen zal moeten inhouden van de activiteiten die iedere gedeputeerde afzonderlijk met betrekking tot het Euregionale beleid in zijn takenpakket heeft.

Daarnaast speelt de omstandigheid dat de urgentie voor een ter zake doelmatig opereren met de dag duidelijker wordt. Nut en noodzaak daarvan worden aangetoond door het oerwoud aan ideeën en plannen die zich, zoals voorheen aangetoond, actueel met betrekking tot de Euregio presenteren. Daarbij moeten we dan wel door een doelmatige provinciale organisatorisch inkadering de bomen door het bos blijven zien.

In bovenstaande analyse hebben we naar tevredenheid mogen vaststellen dat voor de Euregionale doorontwikkeling van primordiaal belang zijnde beleids- en uitvoeringsinstituten als de EU, ‘Den Haag’ en nu dus ook de Gemeente Maastricht met betrekking tot dit thema kleur bekend en dadendrang getoond hebben. Met het in 2015 afgesloten coalitieakkoord deden de Provinciale Staten Limburg dat eerder al, liepen hier eigenlijk voorop. Om nu niet achterop te raken zal ook de Provincie zichzelf moeten ‘herbewapenen’ met betrekking tot de hier spelende doelstellingen, spelregels en ‘hulpmiddelen’.

Es gibt viel zu tun, packen wir es an oder warten wir es ab? Toute la question est là!

 

Advertenties