Gerelateerd aan de termijn voor de Provinciale Statenverkiezingen is het inmiddels al weer vier jaar geleden dat de vorige, door de toen nog actieve burgerinitiatiefgroep ‘Waar een wil is, is geen grens’ georganiseerde Centre-Céramique-sessie plaats vond. Net als toen werd de bijeenkomst van zaterdag 19 januari jl. – dit keer dus georganiseerd door de Stichting Geen Grens – een groot succes, zowel door de enscenering als door de vele toehoorders: volle zaal! In het in 2015 afgesloten Coalitieakkoord PS kreeg de doorontwikkeling van de Euregio een dominante plek. Mede door deze destijds georganiseerde bijeenkomst? We typeerden dit coalitieakkoord toen als een hoogtepunt van heroriëntering op de kansen die een meer voldragen Euregio te bieden had en heeft. De bijeenkomst van 19 januari jl. was boeiend, vooral ook omdat de complexiteit van de materie uitgebreid en casusgericht aan de orde kwam. Zowel via de door de sprekers en de podiumgasten afgeleverde exposés en commentaren als via de vele van de toehoorderskant gestelde vragen.

Niet expliciet aan de orde kwam het thema: geboekte resultaten en vooruitgang sinds de vorige Provinciale Statenverkiezing 2015. Wel des te meer, als een bijproduct van deze bijeenkomst, de twijfel met betrekking tot het antwoord op de vraag of met deze vooruitgang wel voldoende meters gemaakt zijn. Een herkenbare vraag; met het thema Euregionalisering zijn we immers al zo’n veertig jaar onderweg. Dat we de moed nog (lang) niet hebben opgegeven blijkt uit de vloed aan projecten en voorstellen die we de laatste tijd ‘in dit domein’ over ons heen gekregen hebben/over onszelf afgeroepen hebben. Eerder werd deze ‘situatie’ al uitgebreid gedocumenteerd. Laatste nieuws ter zake: de ‘nieuwsbrief’ die gouverneur Bovens 26 februari jl. aan de Statenleden stuurde met daarin een, vanuit de provinciale invalshoek samengesteld, overzicht van het in 2018 al lopende dan wel nieuw onder handen genomen programma ter (verdere) facilitering van de grensoverschrijdende activiteiten. Dat is het goede nieuws: het thema leeft. Te weinig nog in algemene breedte – zie o.a. de uiterst bescheiden rol die de Euregio, met uitzondering van Maastricht, tijdens de gemeenteraadverkiezingen speelde – maar des te meer bij een groeiende groep van ‘insiders’. Evenwel: wanneer we op deze, redelijk chaotische, manier doorgaan laat zich de uitkomst voor wezenlijk meer resultaat van al onze inspanningen in de aankomende periode van 4 jaar voorspellen. Tijd dus voor een andere aanpak, o.a. door het nemen van een aantal grote/grootse stappen.

Daarmee worden grenzen verlegd: van overwegen naar doen, van intransparantie naar  zichtbaarheid, van twijfelen naar overtuigen, van laten lopen zoals het loopt naar het bij de hand nemen van de betrokken spelers en doelgroepen. En tenslotte positioneren: via de Euregio, op basis van het aanspreken van de aldaar aanwezige grensoverschrijdende ontwikkelingsmassa, een constructieve bijdrage leveren aan het bestrijden van de toenemende EU-scepsis. De Euregio’s als belangrijk anker voor de toekomst voor de EU. Het omgekeerde geldt trouwens ook.

In deze context een viertal aansprekende projecten:

1. Het inrichten van een Euregionaal Educatief Informatie Centrum (EEIC) naar Rotterdams voorbeeld met betrekking tot het verstevigen van, in de meest brede zin, de kennis over, in dit geval, de Rotterdamse haven. Vooral ook bij de schoolgaande jeugd in de regio. Dit al meer dan 25 jaar oude initiatief blijkt, met jaarlijks zo’n 24.000 bezoekers, vooral schoolgaande jeugd dus, een groot succes. De Rotterdamse haven kan en wil er niet meer zonder. Het thema: vergroten van het besef bij de jeugd dat we ‘midden in Europa leven’ en dat we met die situatie iets moeten, bleek tijdens de bijeenkomst van 19 januari jl. een prominente aangelegenheid. Omgekeerd zal onze regio de jeugd voor het uitzicht op een prospectieve toekomst hard nodig hebben. Aan de slag dus. Het voorgestelde instituut biedt daartoe de nodige handvatten en straalt bovendien een onmiskenbaar signaal naar alle betrokkenen uit – en dat is zo ongeveer de hele Limburgse community, alsook de (bestuurlijke) omgeving in Den Haag en over de grens – dat de doorontwikkeling van de Euregio, als serieuze aangelegenheid wordt gezien en behandeld. Vanzelfsprekend is dat, vanaf dag 1, de onderwijssector hierbij betrokken wordt. In Rotterdam is dit instituut overigens ook opengesteld als vergadercentrum en voor geïnteresseerden uit alle windstreken en van alle leeftijden. Ook denkbaar voor een EIC Euregio Maas-Rijn. Meer informatie: www.eic-mainport.nl

Schermafbeelding 2019-03-28 om 19.11.03.png

2. Het verplicht stellen van een of meer buurtalen in het onderwijs, naast de lingua franca Engels. Terug dus naar de tijd van vóór de invoering van de Mammoetwet. Tijdens de bijeenkomst van 19 januari kwam ook het aspect buurtalenkennis prominent aan de orde. Meer buurtalenkennis moet ons ‘qua internationaliteit’ op het niveau van de regio’s Luxemburg en Basel brengen, alwaar het volume van o.a. grensoverschrijdende werkgelegenheid wezenlijk hoger is dan in onze omgeving. Het breed ontbreken van deze kennis heeft onze Euregionale ambities tot nu toe nog té veel lam gelegd. Een op 8 maart 2018 met betrekking tot dit onderwerp aan de Provinciale Staten verstuurde brief omvat ter zake een uitgebreide argumentatie. In 2014 nam De Volkskrant over dit onderwerp via een ingezonden brief al de volgende connotatie op: “Daarbij bijzondere aandacht voor de heldere signalen die met een degelijk buurtalenbeleid afgegeven worden: zowel in de richting van de eigen regiobewoners als in de richting van de Euregio-partners, en van ‘Den Haag’ en ‘Brussel’. Het maakt de betrokken regiobewoners immers op niet mis te verstane wijze duidelijk dat de doorontwikkeling van de euregionale samenwerking een bloedserieuze aangelegenheid is. Een dergelijk beleid zal onze Euregionale buren evenmin ontgaan: wij doen ons best, jullie als onze buren ook? Richting ‘Den Haag’ wordt duidelijk dat (Zuid-)Limburg geen Friesland is en met de Euregio zijn eigen koers wil/moet varen en dat onze ligging-midden-in-Europa nu eenmaal een op die situatie toegespitst beleid verlangt”. Einde citaat. We zijn nu ongeveer 5 jaar verder. Er is ter zake van het buurtalenonderwijs gelukkig al een hoop in gang gezet maar nog (lang) niet genoeg.

3. Het voortaan Euregionaal opereren onder het label: Major Euregional Area Maas-Rijn/Meuse-Rhine. Ook hier weer blijkt de Rotterdamse situatie inspirerend. Ligt Rotterdam ook niet aan de Maas? Rotterdam als Major Industrial Area; wie twijfelt aan de geloofwaardigheid van dit profiel? De Euregio Maas-Rijn als Major Euregional Area: zelfde vraag, wie twijfelt aan de geloofwaardigheid van een dergelijk profiel? De EU kent tientallen Euregio’s. Een classificatie ten aanzien van beduidendheid per regio is er niet. In onze situatie: het geloof in de eigen kracht van de Euregio, zeker ook voor de toekomst, des te meer. Citaat nog maar weer eens van Frans Timmermans tijdens de opening van het jaar van de mijnen “Nergens in Europa ligt dat succes meer voor het oprapen dan in de regio die grof gezegd de Benelux en NRW omvat. Wij staan vandaag in het hart van die regio. Poets de grenzen weg en dat hart kan heel Europa van zuurstof voorzien”. Wat Limburg en de Euregio moeten doen is meer ’voice ontwikkelen’. Laat van je horen! En maak beter zichtbaar waar we Euregionaal mee bezig zijn. Kies een herkenbaar en geloofwaardig label, zoals hiervoor gesuggereerd en maak de inwoners, bestuurders en ondernemers trots op hetgeen zij voor de versteviging van dit label kunnen ondernemen en uitdragen. PS. Duiding ‘helaas’ in het Engels; o.a. de notie Grande Région is al vergeven aan Luxemburg en omgeving waaronder steden als Trier, Metz en Saarbrücken.

4. Het aanmaken van een ‘bidbook’ en een ‘gebruikershandleiding’ voor het Euregionale beleid. Voor een bidbook kan het Maastricht Culturele Hoofdstad-project 2018 als voorbeeld dienen. In feite was ook dit een Euregionaal project, waarvoor een op basis van de conventieformule-insteek in het leven geroepen instituut, na een degelijke omgevingsverkenning en noeste arbeid, erin slaagde een doorwrocht en ‘allesomvattend’ bidbook te presenteren voor de omgang met het Culturele Hoofdstad Maastricht-thema. Met alleen een vergelijkbare analyse voor de toekomst van de Euregio zijn we er met een bidbook evenwel nog niet. Sterker nog, het beschikbaar komen van een dergelijk ‘Euregionaal bidbook’ roept de noodzaak op van een aanvullende breed toepasbare  gebruikershandleiding voor de verzilvering van de gepresenteerde potentiële bidbook-opbrengst. Aan zo’n gebruikershandleiding heeft de bemoeienis met de doorontwikkeling van de Euregio dus dringend behoefte.  Met enige regelmaat typeerden we de verdere ontplooiing van de Euregio immers als een megaklus: vele actoren, vele thema’s, het niveau van de ingewikkeldheid daarvan, enz. Daarnaast is er sprake van een zich vooral in de laatste jaren ruim presenterende dadendrang met betrekking tot het toekomstige wel en wee van de grensregio’s. Dat roept de vraag op hoe zo zinvol en efficiënt mogelijk om te gaan met deze (overvloed) aan initiatieven en ideeën. Tijdens de bijeenkomst van de 19januari werd nog weer eens duidelijk dat het betreden van het Euregionale speelveld behoorlijk wat inefficiëntie met zich meebrengt en deels ook verwarring en onzekerheid oproept. ‘Still confused, but on a much higher level’. Deze, lichtelijk ironisch geformuleerde, constatering zou wel eens de voornaamste oogst van deze bijeenkomst kunnen zijn.

Een gebruikershandleiding zal/kan een nuttig instrument voor de bestrijding van dit, zeer waarschijnlijk breed aanwezige, ongemak zijn. Ze disciplineert de aanbieders van ‘Euregionale diensten’ en faciliteert het gebruik ervan door de in het oog te nemen doelgroepen. Praktisch gezien wordt een gebruikershandleiding een ‘aanhaakpunt’ voor onder meer regionale en gemeentelijke volksvertegenwoordigers, ambtenaren en bestuurders, ondernemers, schoolleidingen en docenten, culturele instituten en andere maatschappelijke instellingen, enz., maar zeker ook voor Jan en alleman. (De ‘benadering’ van die laatste doelgroep vereist een ‘licht toegankelijke’ versie van deze handleiding). Leidend thema van een dergelijke gebruikershandleiding: het breed inzichtelijk/toegankelijk maken en voor het voetlicht brengen van hetgeen er Euregionaal speelt, resp. zou moeten spelen. Hoe zit de vork in de steel en hoe krijgen we meer transparantie en doelmatigheid bij de aanpak van de Euregiothematiek in de nabije en verre toekomst?

In een dergelijke handleiding spelen een 4-tal ‘hoekstenen’ een prominente rol:
>Inzien en duidelijk maken waar het over gaat, nut en noodzaak duiden van een energieke aanpak van de grensproblematiek en het maken van een analyse van de  aard van de problematiek. Het bidbook speelt hierbij een belangrijke rol;
>Het stimuleren en onderhouden van voor de ontwikkeling van de Euregio noodzakelijke netwerken en contacten; analyse van betrokken actoren en instituten, nationaal en internationaal, leveranciers en consumenten, financiering en subsidiebeleid. Uitgewerkte en uit te werken samenwerkingsarrangementen binnen en buiten de grens, aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden;
>Het beschikken over een ‘infrastructuur’, financieel en bestuurlijk, voor het uitvoeren van de op te stellen agenda; definiëren noodzakelijke vaardigheden en instrumenten/ hulpmiddelen voor een effectieve aanpak;
>Het beschikken over de nodige communicatiemiddelen voor het bereiken van de
‘achterban’ en de wijdere omgeving. Zo nodig: het creëren, juridisch en financieel, van de nodige experimenteerruimte voor het binnenhalen van de opgestelde doelstellingen.

Het aanmaken van een dergelijke handleiding is een ingewikkelde en zware klus. Ter herinnering: van het in de periode 1995-2003 lopende beloftevolle en ambitieuze MDW-project (Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit) is weinig tot niets terecht gekomen. Integendeel, vooral het aantal (wetgevings-)regeltjes en de complexiteit daarvan is sindsdien enorm toegenomen. De ingewikkeldheid der dingen en de vaak onhandige omgang daarmee is inmiddels in nagenoeg alle maatschappelijke werkvelden een soort tijdverschijnsel geworden. Alleen rond het kadaster, ook een (semi)-overheidsdienst, circuleert nauwelijks of geen onvrede. Alle reden dus voor de Euregio-protagonisten om te proberen zo veel mogelijk aan deze trend te ontsnappen en om zich toe te leggen op meer constructieve productiviteit voor het bewerkstelligen van meer Euregionale cohesie. De ingewikkeldheid van de grensregiomaterie moet daarom eerder als een aanmoediging worden gezien om met deze handleiding in de weer te gaan dan een ontmoediging. Het gaat immers ergens over, met name over het ‘opschonen’ van de vele onduidelijkheden, inefficiënties en het bestrijden van de onwetendheid en onzekerheid die zich prominent in dit ‘werkveld’ presenteren. Weg dus van het gratuite. Een klus voor het onderzoeksinstituut ITEM, of een daartoe specifiek op te richten nieuw instituut? Of voor de Provincie zelf: een sterke provincie die de regie naar zich toe trekt?

Helder is dat de te prijzen recente opschaling van de bestuurs-formule van de Euregio Maas-Rijn naar een EGTS (Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking) nieuwe en extra aandacht vraagt voor de relatie en samenwerking met de Euregio Maas-Rijn. Helder is ook dat het Limburgse aandeel in die samenwerking veel meer profiel en samenhang moet krijgen. Institutionele potentie en daadkracht is daarvoor een onmisbaar instrument.

Nawoord:
Na de onlangs gehouden Provinciale Statenverkiezingen zullen de Limburgse politieke partijen weer aan de slag gaan met het Coalitieakkoord 2019-2023. Duidelijk is dat de Euregio- en grensproblematiek daarbij een belangrijke rol zal gaan spelen. Dat is bekend en ligt als thema nu al op het bord van de politiek partijen. Met voorgaande aanbeveling om bij het doorontwikkelen van de Euregio ‘grote/grootse stappen te gaan ondernemen’ hebben we een poging ondernomen dat bord al van een appetizer/appetijtelijke inhoud te voorzien. Bij deze vol goede moed opgediend. Duidelijk is dat het in het voorgaande om een keuze van aan te pakken ‘thema’s gaat. Niets hoeft geïnteresseerden te hinderen aan het uitbreiden van deze selectie, bijvoorbeeld in de domeinen van het verbeteren van het Euregionale openbaar vervoer, van de culturele samenwerking en van het losweken van een heus Euregionaal burgerschapsgevoel. Dat laatste thema zou gekoppeld kunnen worden aan het Euregionaal Educatief Informatie Centrum-initiatief.

 

 

 

 

 

 

Advertenties